tickets

Dries de Visser

commandant 3e compagnie, 2e peloton DNB

Moed, volharding en geluk in hachelijke situaties

Op 15 juli 1940 werd het Nederlandse leger ontbonden, waar Dries in dienst was als sergeant 1e klasse, 5e regiment infanterie. Daarna werd een ‘Opbouwdienst’ gevormd. Dries met een aantal collega’s besloten te blijven om zo een goede kern van oud-militairen in stand te houden. Ze waren optimistisch gestemd. De kansen konden immers zomaar keren? Die positieve instelling, moed en volharding in verzet hielden ze vijf lange, bange jaren vast.

In oktober 1940 kwam de Opbouwdienst onder invloed van de NSB. Dries de Visser diende zijn ontslag in en zat enkele maanden thuis. Hij ging bij de ondergrondse in Amersfoort. Die was nogal loslippig, dus stapte hij over naar de ondergrondse Ordedienst van kolonel Antoni de Vries. Ook hier ging het fout, want 72 leden van de Ordedienst werden gefusilleerd. Hij probeerde nog naar Engeland te vluchten, maar kon de juiste connectie niet vinden.

In mei 1943 riep de bezetter alle officieren op zich te melden voor krijgsgevangenschap in Duitsland. Samen met een kameraad reisde Dries naar Aalten, waar ze onderdoken.

Verzetsactiviteiten in Eibergen

Na geruime tijd kwam hij in contact met ‘Ome Jan’ Wikkerink en werd lid van de Knokploeg Aalten. De ondergedoken militair Jan Tinge nam contact met hem op. Die was hoofd van de Binnenlandse Strijdkrachten Eibergen, Groenlo en Lichtenvoorde, strijdend gedeelte. Dries de Visser kreeg de vraag commandant te worden van de verzetsgroep in Eibergen. Hij ging akkoord en ook Ome Jan keurde het goed. Dries de Visser kwam in huis bij het gezin Vriezen-Rutgers, Hupsel C25, Eibergen (hij kwam van oorsprong uit Aalten en woonde op de nieuwe hoeve Hanna). Verzetsman Jan Schot was de overbuurman.

Dries begon met een motivatietoespraak voor de groep van 20 man. Ook maakte hij kennis met de mannen van de Ordedienst Carel Prakke, Johan Smits en Wim Hageman. De bewapening in Eibergen was hopeloos. Al snel werden Duitse handgranaten en karabijnen met munitie buitgemaakt. De smid in Hupsel maakte 1500 hoekijzers, die op de wegen werden gegooid, zodat tientallen Duitse auto’s kapotgingen.

Speciale stoottroep

In de zomer van 1944 vroeg Jan Tinge aan Dries de Visser om commandant van een speciale stoottroep te worden, die haar opdrachten onder bevel van Prins Bernhard uitvoerde. Het was de bedoeling dat hij de mannen van de Knokploeg Aalten instrueerde en opleidde. Dries besprak dit met Bob Krul, de district-commandant van de Binnenlandse Strijdkrachten, afdeling Achterhoek, die de opdracht had in de Achterhoek twee van deze speciale stoottroepen te vormen. Dries wilde deze taak op zich nemen, maar dan wel met zijn eigen groep uit Eibergen, omdat hij  volledig op hen kon rekenen. Krul ging akkoord.

De eisen die aan de groep werden gesteld waren veel zwaarder dan voorheen en ook het levensgevaar was groter. Er waren motoren en auto’s nodig vanwege mogelijke taken bij bruggen in Zutphen en Deventer. Eigenaren gaven toestemming materieel te gebruiken, als dat nodig was. Wapens waren er niet, maar die kwamen na de eerste geallieerde wapendropping. De Visser haalde ze, samen met drie anderen, per boerenkar op in Zieuwent.

De volgende dag ontdekte hij dat het niet de toegezegde zware wapens waren en ook niet de beloofde noodrantsoenen en verbandmiddelen. Hoezeer hij ook aandrong, hij ving bot. Alles bleef in Aalten. Dus stal de groep nu maar de goede fietsen van Duitsers en stalen helmen van de brandweer. Elke tip was welkom. Dochter Vriezen gaf de tip van een wagen met munitie in een schuur in Haarlo. Met vier anderen ging De Visser ernaartoe. De overval mislukte, de kogels vlogen hen om de oren, maar ze kwamen allen heelhuids thuis. Zo overleefden ze nog vaker een aantal gevaarlijke situaties, waarin het maar net goed ging.

Nederlandse Binnenlandse Strijdkrachten (NBS)

Als commandant van de NBS-groep Eibergen, strijdend gedeelte, richtte hij zich vooral op sabotage en inlichtingenwerk. Thuis bij de familie Vriezen kon hij naar de verstopte radio luisteren.

Eind december 1944, na de razzia op het wapendepot bij landbouwer Derk Pardijs in Warnsveld, vroeg Jan Tinge hem alle verzetsactiviteit stop te zetten. Vanaf dat moment was er een aantal maanden geen contact tussen de gewesten van de NBS Achterhoek en de hogere leiding. Wel werd de hulp aan ontsnapte krijgsgevangenen en piloten voortgezet. Een paar dagen voor de bevrijding dook Bob Krul ineens weer op.

De dag voor de bevrijding arriveerden de Engelse tanks en bevond Dries de Visser zich met zijn groep tussen de Duitse en de Engelse legers. Ze werden beschoten door de Duitsers, maar konden zich terugtrekken en vonden onderdak op een boerderij. De dagen erna bracht hij met zijn groep ruim 500 krijgsgevangenen binnen. De Engelse commandant was er zeer tevreden over, omdat zo tijd gespaard werd voor volgende operaties. Peijnenburg, verbindingsofficier van de bevelhebber NBS Prins Bernhard, sprak in zijn verslag van 7 april 1945 aan de commandant NBS Achterhoek over zijn “zeer goede indruk” van de lokale groep.

Dienst bij het DNB

Toen tien dagen later de vraag kwam, met het Canadese leger mee te trekken om Nederland te bevrijden, ging de hele NBS-groep uit Eibergen (op drie personen na) hier enthousiast op in. De derde compagnie telde 110 man uit Eibergen, Groenlo en Lichtenvoorde. Onder commandant Dries de Visser van de 3e compagnie, 2e peloton, vielen 24 manschappen en tien (onder)officieren. De Visser kreeg de rang tweede luitenant.

Ze vertrokken op 16 april in Canadese voertuigen vanuit Aalten richting het gebied van de IJssel. Ze kwamen in Apeldoorn en maakten op 19 april een ‘zuiveringstocht’ door Elburg, Heerde en Vaassen. Daar waren nog geen bevrijders geweest. Die avond was er een bespreking met majoor Archibald en officieren van het Canadese leger, waaraan Jan Tinge met zijn drie pelotonscommandanten (Dries de Visser, Henk Hulshof en Jan Nahuis) deelnam.

Op 13 mei bevond de 3e compagnie zich in Dodewaard. Het gebied werd afgegrendeld door wachtposten. Ze deden werk bij de checklinie in de Betuwe. Tot slot moesten ze in Tiel de geweren en goederen verbranden, die in heel Nederland door de Duitsers waren buitgemaakt. Het werden grote brandende en smeulende hopen.

Dries de Visser

Dries de Visser, zittend vijfde van links