Jan Schot
(Eibergen, 1916)
lid 3e compagnie DNB
Grote lokale verzetsrol bij het huisvesten van Joodse onderduikers en het in veiligheid brengen van piloten en geallieerde soldaten
Jan Schot wordt geboren op boerderij ‘Osmunda’ in Hupsel, gemeente Eibergen, op 20 april 1916 als zoon van Berend en Janna Schot-Prinsen. Hij heeft twee oudere zussen en een jonger zusje Betsy, dat in 1932 wordt geboren.
In de mobilisatietijd wordt hij ingezet in Wilp, waar hij ook moet vechten tijdens de inval van het Duitse leger. Jan wordt krijgsgevangen genomen en zit dan drie weken gevangen in kamp Neu Brandenburg bij Berlijn. Na terugkeer werkt hij op de boerderij en gaat meteen bij de ondergrondse. Zijn ouderlijk huis biedt enige tijd onderdak aan een Joods echtpaar uit Amsterdam. Ze vertrekken stiekem omdat ze hun huis en spullen missen. Drie jongemannen (die de arbeidsdienst ontduiken) blijven langere tijd onderduiken. Het Joodse jongetje Bob Simons uit Enschede (eerder ondergedoken in Haarlem en Leiden) is twee jaar lang gezinslid en overleeft zo de oorlog. Hij wordt Henk genoemd en is even oud als Betsy.
Jan heeft een belangrijke lokale verzetsrol bij het huisvesten van onderduikers en het in veiligheid brengen van piloten en geallieerde soldaten. In een document voor zijn kinderen beschrijft hij, hoe hij zes Franse krijgsgevangenen ophaalt in het Meddose Veen en naar een boerderij in Eibergen brengt. Hier haalt het verzet hen later op en worden ze per trein richting het zuiden gebracht, naar hun thuisland.
Voorjaar 1944 worden verzetsvrienden opgepakt nadat er verraad is. Jan Schot moet dan onderduiken. Een half jaar later wordt hij lid van de Binnenlandse Strijdkrachten. Op 28 december maakt zijn familie een razzia mee van de Landwacht. Jans vader wordt meegenomen en twee dagen vastgezet in Eibergen. Jan is niet thuis en blijft vanaf dat moment permanent ondergedoken bij de familie Krajenbrink in Hupsel. Twee weken na de bevrijding van Hupsel wordt Jan Schot lid van het DNB en helpt zo het Canadese leger drie maanden lang bij de bevrijding van de Veluwe en de Betuwe.
Na de bevrijding ontvangt hij veel documenten en onderscheidingen, die erkenning uitdrukken voor zijn verzetswerk. Brieven van Prins Bernhard, van president Eisenhower, de Britse regering, een Poolse onderscheiding. In 1949 volgt het Franse oorlogskruis van president De Gaulle, in 1951 een andere Franse onderscheiding en in 1981 het Verzetsherdenkingskruis. Hij blijft er bescheiden onder, want – zo benadrukt hij – hijzelf was immers ook een onderduiker, bij een familie in de buurt.
Jan Schot overlijdt op 8 oktober 1993.
In 1993 wordt de Yad Vashem postuum uitgereikt aan Berend en Janna Schot met hun zoon Jan en ook aan dochter Mina Hulshof-Schot met haar man Gerrit Jan, die Bob Simons enige tijd in huis opnamen. Jans weduwe Dina Schot-Hamersteen en zijn zuster Betsy ten Elshof-Schot nemen de onderscheiding in ontvangst. Bob en Sally Simons zijn aanwezig met hun zoon. Ze zijn hiervoor overgekomen uit Amerika. Kort na de oorlog is gebleken dat Bobs ouders zijn opgepakt en omgekomen in Sobibor.







