Jan Snijders
(Barendrecht, 1908)
lid 1e compagnie DNB
Hij trok met het Canadese leger mee over de Veluwe
Jan Snijders wordt geboren op 18 augustus 1908 in Barendrecht als zoon van Jan en Elizabeth Snijders-Koedood. Hij heeft een oudere broer en twee jongere broers. Op 2 maart 1938 trouwt hij in Rotterdam met Catharina van Zwoll.
Zomer 1945 woont hij op het adres buurtschap Dale nr. 54 gemeente Aalten. Dat is de boerderij van de familie Ebbers op “de Steeg” aan de Romienendiek. Hij is ook vaak te vinden bij de familie Bongen op boerderij ‘de Riete’ en bij de familie Veerbeek van Timpert in Dale. Op de Riete zijn Cent Liefhebber uit Ridderkerk en Chris Hoek uit Rotterdam ondergedoken; zij komen uit dezelfde omgeving.
Na de bezetting door het Duitse leger assisteerde hij de politie Rotterdam van mei 1940 tot oktober 1940, uitgaande van de Burgerwacht. Hij was hulpagent van politie vanaf mei 1942 tot 12 maart 1944. Hij weigerde de politieopleiding in Schalkhaar te volgen. In de Westenbergkazerne werden Nederlandse politiemensen onder Duits toezicht in zes maanden geschoold in de ideologie van de SS, waarna de agenten toegevoegd werden aan reguliere korpsen. Zo probeerde de bezetter meer controle te krijgen over het Nederlandse politieapparaat. Daaraan wilde Snijders dus niet meewerken.
Op 14 maart 1944 duikt Jan Snijders onder in Aalten, nadat hij de opdracht kreeg een Duitse militaire post te bewaken. Hij sluit zich aan bij de groep illegale werkers, doet koeriersdiensten en zorgt voor transport van Nederlanders, die uit Duitsland zijn gevlucht.
Binnenlandse Strijdkrachten en DNB
Vanaf september 1944 is hij lid van de Binnenlandse Strijdkrachten. Na de bevrijding, midden april 1945, wordt hij lid van de 1e compagnie van het DNB en trekt mee met het Canadese leger over de Veluwe.
De plaatselijke commandant van de Nederlandse Binnenlandse Strijdkrachten noteert in juli 1945 dat Jan Snijders ziek is. Hij is kort daarvoor met het Canadese leger meegetrokken over de Veluwe. Snijders heeft hem verteld dat hij voor de oorlog als hulpagent van politie in Rotterdam werkte. Daarna heeft hij gewerkt als leidinggevende van werkkamp “de Schaapskooi” in de duinen van Rockanje in de jaren 1937, 1938 en 1939. Er was daar plek voor honderd jongemannen, die onder andere het Breede Water en het Quackjeswater moesten graven.







