Henk van ’t Lam
(Overveen, 1922)
pelotonscommandant 1e compagnie DNB
Henk van ’t Lam alias Lange Henk, een geboren leider met charisma
Hendricus Theodorus Ignatius (Henk) van ’t Lam werd geboren in Overveen op 22 januari 1922. Zijn vader was gymnastiekleraar aan het Kennemer Lyceum en werd in april 1941 door het ministerie benoemd tot inspecteur voor de lichamelijke opvoeding. Henk volgde de Zeevaartschool in Den Helder. Aan het begin van de oorlog probeerde hij naar Engeland uit te wijken, maar die poging mislukte. Medio 1943 dook hij via de Landelijke Organisatie voor Onderduikers onder bij de familie Duthler in Varsseveld. Later verbleef hij op diverse adressen aan de Heelweg en in Zieuwent.
Verzetswerk en leiderschap
Henk maakte deel uit van het verzet in Varsseveld, Aalten en Zieuwent. Hij raakte bevriend met twee lokale verzetsleiders: Riep Knottnerus (zoon van de dominee) en de secretarie-ambtenaar Maarten van Prooijen. Dit drietal opereerde zelfstandig en behoedzaam om zo min mogelijk op te vallen. Henk stond bekend als een charismatische en geboren aanvoerder, die zich volledig inzette voor zijn missie.
In september 1944 werd hij, onder de alias ‘Lange Henk’, lid van de Binnenlandse Strijdkrachten (BS). Hij vormde een eigen gewapend peloton van zes onderduikers en boerenzonen. Op verzoek van Jan Ket van de Knokploeg Aalten werd deze groep samengevoegd met andere verzetsgroepen uit Aalten en Zieuwent. Zo ontstond een stormpeloton dat gelegerd was in boerderijen rondom het Somsenhuis in IJzerlo. Lange Henk trainde hier drie weken lang intensief met wapens, samen met Wim van der Veen en de geallieerde piloten Frank Dell en Joe Davis.
Toen dit te gevaarlijk werd, verhuisde de groep naar de onbewoonbaar verklaarde boerderij ‘De Bark’ in IJzerlo. De groep groeide tot 35 personen, bestaande uit oud-militairen, zeven geallieerde vliegers, twee Polen, een Fransman en twee Elzassers (gedeserteerde Duitsers). Jan Ket (alias ‘Zwarte Jan’) voerde het commando, met Lange Henk als zijn plaatsvervanger. De militaire opleiding van de groep ‘Barkianen’ was uiterst streng. Zwarte Jan en Henk waarschuwden de Barkianen: als je gevangen wordt genomen, kom je in een situatie dat je anderen zult verraden. Denk eraan, de laatste kogel is voor jezelf!
Toen eind oktober 1944 de eerste geallieerde wapendropping plaatsvond in het Aaltense Goor, kreeg Lange Henk instructies van de ondergedoken piloten over het gebruik van de afgeworpen wapens en hielp hij bij het bergen van deze wapens op diverse adressen.
Het drama van de Bark
Eind februari 1945 vond het drama van ‘De Bark’ plaats. Drie Duitse officieren en hun chauffeur werden gevangengenomen en gevraagd te deserteren. Dat weigerden zij, waarna ze werden opgehangen. Drie Barkianen vervoerden de lichamen in een Duitse stafwagen naar de grens van Aalten en Varsseveld. Er werd springlading aangebracht, lucifers erbij en toen was er een minuut tijd om weg te komen. Het was de bedoeling dat alles zou verkolen, maar dat mislukte. De vergelding van de bezetter was gruwelijk: op 2 maart 1945 werden 46 verzetsmensen uit gevangenis De Kruisberg gefusilleerd aan het Rademakersbroek.
De Bark was al eerder ontruimd. De secties verspreidden zich naar verschillende locaties. Lange Henk vertrok met zijn sectie naar de boerderij van Te Lindert op de Heelweg. Daar lagen nog wapens en vonden de trainingen plaats van het Varssevelds verzet. Toen Duits stormgeschut dichtbij werd ingekwartierd, vroeg hij huisarts Brinkman om een verklaring van besmettelijke ziekte rondom de boerderij. Zo kon de groep blijven trainen.
Bevrijding en latere jaren
Op 29 maart kwam de koerierster van Zwarte Jan bij hem met de opdracht terug te keren naar IJzerlo omdat het geallieerde leger in aantocht was. Lange Henk vocht aan de vooravond van de bevrijding met tien strijders in de omgeving van de Slingebeek. Tijdens deze actie raakte hij gewond aan een arm en een knie. Hij werd zes weken lang verpleegd in het noodziekenhuis in Aalten. Op 4 mei 1945 meldde hij zich, min of meer hersteld van zijn verwondingen, bij het Dutch National Battalion; diezelfde avond bereikte het bericht van de capitulatie het leger.
Na de oorlog trouwde hij met Antoinette van der Zijden. Zij vestigden zich in Overveen, waar drie dochters werden geboren. Henk van ’t Lam werd directeur van een sportbedrijf dat onderdeel was van de Bijenkorf in Amsterdam. Hij sloot zich aan bij de RAF Escaping Society in Engeland en hielp bij het oprichten van een eigen Nederlandse afdeling, die ook contact onderhield met Prins Bernhard.
In de jaren tachtig blikte hij tijdens een interview terug op zijn verzetsverleden. Hij vroeg zich af of het drama van de Bark nodig was geweest en betreurde de slachtoffers en de chaos enorm, al besefte hij tegelijkertijd dat hierdoor ook levens van geallieerde piloten en vele inwoners van de Achterhoek waren gespaard. Van ’t Lam onderhield tot op hoge leeftijd contact met zijn kameraden, in het bijzonder met Jan Ket en Frank Dell. Omstreeks 1990 bezocht hij samen met Frank Dell een show van Vera Lynn in Londen.







