Karel Deur
(Brielle, 1918)
lid 1e compagnie DNB
Ontmoeting in Aalten in de Oorlogswinter, in 1945 getrouwd in militair uniform
Otto Karel Theodoor (Karel) Deur wordt geboren in Brielle op 11 augustus 1918 als zoon van Willem en Maria Deur-van der Heul. Na de technische school (houtbewerking) krijgt hij een oproep voor dienstplicht. Aan het begin van de oorlog is hij sergeant-majoor in dienst van de Nederlandse krijgsmacht. Na de capitulatie worden alle Nederlandse militairen naar huis gestuurd. Karel gaat nu werken in de kleermakerij van zijn vader.
Als op 29 april 1943 alle onderofficieren door de bezetter opgeroepen worden zich te melden, duikt Karel onder in de Achterhoek en sluit zich aan bij het verzet. Eerst verblijft hij bij de familie Bernard en Drika Colenbrander van ‘de Kuene’ in Heelweg-West, Varsseveld. Dit gezin telt elf kinderen en ook zijn er in huis zeven Joodse onderduikers en verzetsmensen. Zijn tweede onderduikadres is de familie Korten-Koskamp van ‘de Woerd’ in IJzerlo-Aalten. Hier zit een Aaltense politieagent ondergedoken plus jongemannen, die niet in Duitsland willen werken.
Eind 1944 wordt Karel Deur lid van de verzetsgroep De Bark, vernoemd naar de oude boerderij op de grens van IJzerlo en Dinxperlo. De groep ‘Barkianen’ oefent hier in de strenge winter van 1944-1945 met wapens. De Bark is 200 meter van zijn onderduikadres verwijderd.
In de Hongerwinter leert Karel Rie Vermaas kennen. Zij is geboren op 19 juni 1922 in Den Haag. Met haar zuster Annie is ze naar de Achterhoek komen lopen. Ook zij komen in huis bij Korten. Het duurt niet lang of Rie gaat koerierswerk doen voor de verzetsgroep. Zo wordt het contact met andere verzetsgroepen in de omgeving onderhouden. Eind februari 1945 verlaat de groep de Bark en bereidt zich op drie verschillende locaties voor op de naderende bevrijding.
Tijdens de Paasdagen van 1945 zit Karel achter de naaimachine bij Korten en naait de ene na de andere blauwe overall in elkaar voor de Binnenlandse Strijdkrachten, strijdend gedeelte.
Kort na de bevrijding van Aalten, midden april 1945, worden Karel en Rie opgenomen in het legerkorps van de Canadese bevrijders. Rie is lid van de staf van commandant Bob Krul. Karel is lid van de eerste compagnie, onder leiding van compagniecommandant Jan Ket (die voordien het commando had over de verzetsgroep de Bark). Gevaarlijke momenten zijn er als de mannen niet weten of ze bij nadering van een boerderij op de Betuwe beschoten zullen worden. Mocht het moeilijk worden, dan moeten ze rode lichtkogels omhoogschieten, zodat het Canadese leger de plaats kan bepalen. ’s Nachts loopt Karel vaak patrouille.
Tussen Bunschoten en Spakenburg maakt de compagnie de capitulatie mee. Op 5 mei worden veel foto’s gemaakt! Vervolgens moeten ze de checklinie tussen Amersfoort en Woudenberg bewaken.
Karel Deur wordt aangewezen een opleiding aan de Kaderschool in Hengelo, Overijssel, te volgen. De lessen worden gegeven door Engelse en Amerikaanse instructeurs. Na deze pittige opleiding is zijn rang sergeant-majoor instructeur. Hierna wordt hij samen met Jan Ket overgeplaatst naar Blerick in Limburg en vervolgens naar Roermond. Ook de staf van DNB wordt verplaatst naar Roermond. Ze werken voor de Mijnopruimingsdienst, die in 1944 is opgericht.
Karel en Rie trouwen op 22 augustus 1945 in Den Haag. Ze gaan hier ook wonen. Twee dochters en drie zonen worden in Den Haag geboren. Karel werkt tot circa mei 1947 voor de Nederlandse Krijgsmacht. Hierna werkt hij bij de Belastingdienst. In 1959 volgt de verhuizing naar Ede. Na de oorlog onderhouden Karel en Rie altijd de contacten met de familie Korten. Ook met een paar leden van de verzetsgroep blijven er contacten (Jan Ket, Geert Vos).
Binnen zijn gezin praat Karel liever niet meer over de oorlogstijd. Zijn mening is “We hebben gedaan, wat gedaan moest worden”. Dan is hij stil.
Karel Deur overlijdt op 8 december 1988 in Ede. Rie overlijdt op 10 juli 2013 in Ede.







