tickets

Ben te Brinke

(Miste, 1919)

sectiecommandant 1e compagnie DNB

Moedige boerenzoon wordt sectiecommandant in het Canadese leger

Jan Bernard (Ben) te Brinke wordt geboren op 5 februari 1919 als zevende kind van Jan Hendrik en Janna Berendina te Brinke-Debbink op Diesselbrink in Miste, Winterswijk. In 1932 verhuist het gezin naar een eigen nieuwe boerderij Nieuw Diesselbrink, door vader gebouwd aan de Misterweg. Bens vader bezit een uitgesproken gevoel voor rechtvaardigheid en Ben volgt diens voorbeeld. Hij treedt ieder vriendelijk tegemoet, maar kan (in de oorlog) snel schakelen als dat moet. Thuis leert hij het boerenbedrijf in al z’n facetten kennen en blijkt dat hij heel goed kan omgaan met paarden. Als hij bijna vijftien jaar oud is, wordt hij inwonend boerenknecht in het Woold en daarna in Eibergen.

Vanaf 1938 is hij inwonend ‘grote’ knecht bij de familie Krieger op de Haart in Aalten. Hij heeft het er zeer naar zijn zin. In de oorlog zijn rondom de Kriegerdijk veel verzetsmensen ondergedoken. Naast het bos bij Krieger maken Jan Ket en Arie Looij in 1943 een stroberg met verstopte ingang. Ben brengt hen het eten en zo rolt ook hij in het verzet. Hij oefent met wapens, levert zijn bijdrage aan overvallen en sabotage. Met regelmaat bezoekt hij zijn ouderlijk huis, waar ook onderduikers zijn en geluisterd wordt naar een verstopte radio.

Ben te Brinke maakt erg veel spannende situaties mee. Najaar 1944 wordt hij lid van de Binnenlandse Strijdkrachten (BS), het strijdend gedeelte. Even later maakt hij deel uit van de verzetsgroep De Bark, maar zit hij ondergedoken bij Prinzen van Somsenhuus in IJzerlo. Hier verblijven ook de ondergedoken buitenlandse piloten Dell, Davis en Brown.

Jan Ket is commandant van de Bark, met drie ondercommandanten: Henk van ‘t Lam, Co Hettinga en Ben te Brinke. Deze gewapende groep bereidt zich voor op de bevrijding. De groep moet eten. Elke dag haalt Ben een zak haver bij Krieger (om niet) en laat die bewerken bij de Landbouw. Najaar 1944 overleeft Ben te Brinke samen met Jan Driesten en Ton van Maanenberg een razzia van de Landwacht bij boerderij ’t Ruwhof in Dale. “200 kogels kwamen links en rechts van ons in het gras terecht,” zo vertelde hij.

Tijdens de geallieerde wapendroppings in het Aaltense Goor is Te Brinke present als een van de 20 mannen. Kort daarna vervoert hij met paard en stortkar de wapens bij Wieggers in Zieuwent naar Somsenhuis. Op de zandwegen moet hij steeds stoppen, het is een te groot gewicht voor het paard. Bovenop de wapens ligt een laagje knollen. In de Wolboom ziet hij twee overvalwagens. Hij bedenkt dat hij het pistool in zijn achterzak heeft. “Als ze me aanhouden, ze krijgen me niet levend in handen,” vertelt hij later. Ze laten hem passeren.

In het dorp Aalten is ook een razzia gaande. De Grüne Polizei naast hotel Beskers beantwoordt zijn groet, zodat hij verder kan. Op de Dinxperloseweg vliegt een V1 laag over, maar gelukkig krijgt hij zijn paard weer rustig. Zijn kameraden bij Somsenhuis wachten hem op. Ben weet: als ik opgepakt word, bevrijden ze mij meteen. Even later brengt hij op de fiets een paar stenguns naar Varsseveld. Bij de Bombeek moet hij over een bruggetje, waar een Duitser staat. Die gaat voor hem aan de kant. In Varsseveld aangekomen, ziet hij dat de loop van een stengun uit de jute zak omhoog steekt. Hij heeft geluk.

Op 26 februari 1945 verlaat de verzetsgroep de Bark en duikt in drie secties onder op locaties in Aalten en Varsseveld. De groep van Ben te Brinke gaat naar de Haart. Hijzelf zit met negen man bij Krieger. Op 30 maart rukken de geallieerden (de Guards Armoured Division) op naar Aalten voor de bevrijding. Te Brinke met zijn groep doet dan al het mogelijke de Polbrug in handen te krijgen, want alle andere 19 bruggen zijn door de Duitsers opgeblazen. Hij krijgt steun van een Canadese tank. Eigenhandig verwijdert hij de explosieven onder de Polbrug, terwijl de kogels hem om de oren vliegen. Conform opdracht komt zijn sectie op de eerste dag van de bevrijding bewapend en in blauwe overall naar boerderij de Krieger. Ze zuiveren Aalten en omgeving van Duitse soldaten en pakken NSB-ers op.

Medio april 1945 treedt Ben te Brinke toe tot het Dutch National Battalion. De gevaarlijke overtocht van de Canadezen bij de IJssel tussen Gorssel en Wilp maakt veel indruk op hem. Hij ziet hoe Canadezen sneuvelen. Hij komt in Apeldoorn, Kootwijk, Bunschoten en Spakenburg, waar hij vooral wachtloopt. De leiding wil dat hij beroepsmilitair wordt en de Kaderschool opleiding volgt, maar dat wil hij niet. In juni 1945 zwaait hij af.
Commandant Bob Krul zegt over hem in 1982: “Ben te Brinke, dat was een van de meest betrouwbare mensen in de compagnie van Jan Ket”.

Op 4 juni 1948 trouwt Ben te Brinke met Annie Wassink. Tot aan zijn pensioen werkt hij bij de douane in Limburg en in Winterswijk. Helaas verslechtert zijn nierfunctie, waardoor hij op 8 augustus 1984 overlijdt. Hij wordt begraven op de algemene begraafplaats Winterswijk.

Ben te Brinke

Ben te Brinke