Albert Wisselink
(Heelweg, 1920)
lid 1e compagnie DNB
De sporen van de fosforbom blijven altijd zichtbaar
Albert Wisselink wordt 6 april 1920 geboren op boerderij ‘Spieker’ op de Heelweg-Varsseveld als zoon van Linus en Mina Wisselink-Heusinkveld. Hij groeit op met zuster Dina en broer Hendrik. Tijdens de inval van het Duitse leger in 1940 vecht Albert als militair op de Grebbeberg. Hij wordt gevangengenomen, in goederenwagons weggevoerd en verblijft zeven weken in een groot krijgsvangenkamp in Neu Brandenburg, waar ook duizenden Polen gevangen zitten. Ze lijden aan kou en ondervoeding en het eten is bar slecht.
In de oorlog werkt Albert als knecht in onderduik in buurgemeente Aalten, waarbij hij ervoor zorgt zo weinig mogelijk op de openbare weg te komen. Hij maakt deel uit van een verzetsgroep in buurtschap Lintelo. Ook zijn familie thuis heeft onderduikers: de ouders verbergen Joden, verzetsmensen en twee politieagenten. Zuster Dina met haar man Willem Geurink en jonge kindjes in Lichtenvoorde verbergen drie Joodse jongens Levy uit Varsseveld, een Rus en een aantal weigeraars van de Arbeitseinsatz.
Een aantal dagen voor de bevrijding van de Achterhoek is Albert opeens ‘spoorloos’. Al eerder heeft hij zich aangesloten bij de Binnenlandse Strijdkrachten, het strijdend gedeelte. Eerst assisteert hij bij het gevangennemen van achtergebleven Duitse soldaten in de omgeving. Begin april 1945 sluit hij zich samen met zijn verzetskameraden aan bij het DNB. Juli 1945 tekent hij voor het Nederlandse leger en volgt een speciale opleiding voor het opruimen van mijnen. Hij komt in het ziekenhuis in Tilburg terecht nadat dichtbij hem een fosforbom ontijdig is ontploft. Zijn gezicht en handen zijn ernstig verbrand. Zijn hele gezicht (op neus, mond en ogen na) zit in het verband. Deze sporen van het ongeluk blijven altijd zichtbaar.
Albert heeft verkering met Engelina Luijmes en trouwt met haar eind april 1948. Lien is de nicht van ‘Ome Jan’ Wikkerink, de Achterhoekse verzetsleider van de Landelijke Organisatie voor Hulp aan Onderduikers. Alberts enige broer Hendrik trouwt drie dagen na hem met Aaltje Kraaijenbrink van boerderij ‘de Tol’ aan het Rademakersbroek. Op de akker naast deze boerderij werden op 2 maart 1945 46 verzetsmensen uit heel Nederland gefusilleerd, als vergeldingsmaatregel vanwege het doden van vier Duitsers door het lokaal verzet. Dit drama maakte de familie Kraaijenbrink van zeer nabij mee.
Albert en Lien emigreren een week na hun huwelijk naar Brits Columbia, Canada. Ze krijgen zes kinderen, een meisje en vijf jongens. De familieband met Nederland blijft altijd sterk, ook al zit er een oceaan tussen de twee landen.
Als Albert naar Nederland komt, zoekt hij steevast zijn verzetskameraad Dick Fries op, die ook actief lid van het DNB en de Mijnopruimingsdienst was. Dick Fries werd blind door de fosforbom die voortijdig ontplofte.
Albert Wisselink is overleden in Pitt Meadows, Brits Columbia, Canada op 16 maart 2003.







