Feitze de Vries
(Joure, 1921)
commandant 2e peloton van de 1e compagnie
Als flankbeveiliging van het Canadese leger bevrijdt dit Achterhoekse leger dorpen op de Veluwe van achtergebleven Duitsers en NSB’ers
Feitze wordt geboren in Joure (Friesland) op 10 april 1921, zoon van Yntze de Vries (boer) en Grietje Speelmans. In 1932, midden in de economische crisis, komt zijn vader te overlijden. Feitze is dan elf jaar. Zijn moeder komt alleen te staan met zeven kinderen. Om haar te helpen, gaat Feitze op zijn veertiende werken in de bakkerij. Als hij achttien is, wordt hij beroepsmilitair bij het Korps Mariniers. Hij geeft steeds 75% van zijn soldij aan zijn moeder.
Als marinier maakt hij in Den Helder de Duitse inval mee en komt na de capitulatie bij de Opbouwdienst. Door het tekenen van de zogenoemde Erewoordverklaring mag hij op vrije voeten blijven. Ondertussen verricht hij werk voor de geheime Inlichtingendienst en sluit zich aan bij een verzetsgroep in Amsterdam. Hij wil vanuit Engeland tegen de Duitsers vechten, maar door verraad gaat de oversteek niet door, die per vliegtuig zou gebeuren. Daarbij zouden ook papieren van vliegtuigbouwer Fokker meegenomen worden. Feitze wordt veroordeeld voor het verbreken van zijn Erewoordverklaring en zit anderhalf jaar vast in gevangenissen met een gruwelijk regime, (concentratie) kampen en tuchthuizen in Nederland en Duitsland. Zijn gezondheid wordt ernstig ondermijnd.
Knokploeg Aalten
Na zijn vrijlating moet hij zich als beroepsmilitair al snel melden. Hij besluit onder te duiken, eerst in Hummelo, daarna in Aalten. Hij komt in huis bij het boerengezin Heersink aan de Kriegerdijk op de Haart. In Aalten richt hij samen met Cornelis Ruizendaal, Jan Ket en Jaap Allersma de Knokploeg Aalten op onder toezicht van LO-leider Ome Jan Wikkerink. Zijn verzetsnaam is Gerrit. Hij pleegt veel verzetsdaden zoals overvallen op distributiekantoren.
Op 20 april 1944 wordt de Knokploeg verraden door SD-spion Willy Markus. Feitze weet te ontsnappen door zijn handboeien los te maken met een spijker, die hij in zijn haar verstopte. Eenmaal terug in Aalten gaat hij verder. Hij is lid van de Binnenlandse Strijdkrachten. Zo neemt hij deel aan wapendroppings, verbergt geallieerde piloten en liquideert een gevaarlijke Landwachter.
Als de bevrijding nadert, geeft hij militaire training aan de verzetsgroep Barlo (in de klompenmakerij van Jan Ligterink). Medio april 1945 wordt hij pelotonscommandant van het 2e peloton van de 1e compagnie van Dutch National Battalion. Als flankbeveiliging van het Canadese leger bevrijdt dit Achterhoekse leger dorpen op de Veluwe van achtergebleven Duitsers en NSB’ers. De compagnie trekt verder tot Scherpenzeel en Amersfoort.
Na de oorlog
Als het DNB in juli 1945 ophoudt te bestaan, tekent Feitze een jaar bij. Hij volgt de opleiding mijnen ruimen en werkt bij de Mijnenopruimingsdienst. Daarna werkt hij als officier bij de Koninklijke Landmacht. In 1946 wordt hij opgeroepen naar voormalig Nederlands-Indië te gaan. Door de ontberingen tijdens zijn gevangenschap is zijn gezondheid te zwak en daarom wordt hij afgekeurd. Na een periode als reserveofficier gaat hij aan de slag bij motorenfabrikant DMF in Driebergen. Hij woont dan in Utrecht.
In 1950 trouwt hij met Hendrika Norbart en in 1952 worden zij ouders van zoon Ronald. In hetzelfde jaar ontvangt hij uit handen van Prins Bernhard het Bronzen Kruis voor moedig optreden tegen de vijand. Later ontvangt hij het Eisenhower-certificaat en het oorlogsmobilisatiekruis. In 1957 komt Feitze de Vries in dienst bij de Bescherming Bevolking in Utrecht. Op 29 oktober 1965, op 44-jarige leeftijd, overlijdt hij aan een zwakke gezondheid als gevolg van zijn gevangenschap tijdens de bezetting.







