Over de grens
Het buitengebied van de Achterhoekse grensstreek bleek tijdens de Tweede Wereldoorlog een ideale schuilplaats voor wie opgejaagd werd. Het rijk geschakeerde landschap — met bossen en veel struikgewas, talrijke afgelegen boerderijen met schuren en hooibergen — was voor mensen die hier onbekend waren meestal onoverzichtelijk.
In deze regio gold een onbaatzuchtige gastvrijheid tegenover de vluchteling, de onderduiker. Die werd meestal opgenomen in gezinsverband en maakte deel uit van het gezin. De helpers beschouwden het als hun christelijke plicht de ander onderdak te bieden en op deze manier tijdelijk verzet te bieden tegen het schrikbewind van de bezetter.
Uit veel van de verzamelde verhalen blijkt dat de onderduikers zich veilig voelden bij hun gastgezin. Zij merkten dat Duitse soldaten die aan de deur kwamen overtuigend werden afgetroefd. Maar vooral dat men uitermate goed zijn mond kon houden. Vaak ook tegenover familie en buren. Ook de kinderen werd de kunst van het ‘horen, zien en zwijgen’ terdege bijgebracht.
Familie over de grens als uitkomst
Er zijn vele verhalen bekend waarin mensen elkaar vertrouwden en hulp boden aan beide kanten van de grens.
Cor Verheule uit Utrecht werkte in Bremen, maar had difterie en mocht in januari 1943 naar huis. Door een dominee en via Ome Jan in Aalten kwam hij terecht bij de familie Heusinkveld-Hartemink op de Haart. Als er een razzia was, vluchtte hij de schuilkelder in van de buren. Die had een ingang op Nederlands en een uitgang op Duits grondgebied. In 1952 trouwde Cor met de zus van zijn onderduikfamilie.
Wildenbeest uit Breedenbroek moest zich melden voor de Arbeitseinsatz in Duitsland. Hij ging als knecht naar zijn oom in Suderwick en nam deel aan het Duitse familieleven op nog geen kilometer afstand van de grens met Nederland. De kinderen Kopatz in Suderwick waren als wezen in de jaren dertig ‘verdeeld’ onder een aantal boeren in de buurt. Eén van de zonen wilde niet in militaire dienst en vertrok naar zijn getrouwde zus, die in Assen woonde. Daar dook hij onder en kwam zo veilig de oorlog door.
Deze verhalen laten zien dat het verzet in de grensstreek uniek was. Het was een netwerk van gewone mensen die elkaar vertrouwden en slim gebruikmaakten van de omgeving en hun familiebanden. In het Nationaal Onderduikmuseum bewaren we deze verhalen om te laten zien hoe menselijkheid sterker was dan de grens.






