De vrouw als spil van het Verzet
Hoewel de geschiedenisboeken vaak focussen op de gewapende strijd van mannen, was het Nederlandse verzet tijdens de Tweede Wereldoorlog voor een essentieel deel een vrouwenzaak. In het Nationaal Onderduikmuseum in Aalten leggen we de focus op deze ‘onzichtbare’ kracht. Van het opzetten van landelijke netwerken tot het managen van complexe onderduikhuishoudens: zonder de vrouw had het verzet simpelweg niet kunnen functioneren.
Helena Kuipers-Rietberg: grondlegger van de LO
Het hart van het georganiseerde landelijke verzet ligt in de Achterhoek. Helena Theodora Kuipers-Rietberg (1893–1944), beter bekend onder haar verzetsnaam Tante Riek, woonde in Winterswijk. Al vanaf 1933 zag zij de dreiging van het nazi-regime aan de nabijgelegen grens groeien.
Zij was de drijvende kracht achter de oprichting van de Landelijke Organisatie voor Hulp aan Onderduikers (LO). Het was Heleen die dominee Fredrik Slomp (Frits de Zwerver) overtuigde om zijn preken om te zetten in daden. Samen met Jan Wikkerink (Ome Jan) uit Aalten bouwde zij een bolwerk op dat zich als een olievlek over Nederland verspreidde. Heleen betaalde de hoogste prijs voor haar moed; zij overleed eind 1944 in concentratiekamp Ravensbrück.
De Dames Jolink: onverzettelijkheid in Varsseveld
Een indrukwekkend voorbeeld van regionale moed zijn de dames Jolink uit Varsseveld. De zusters Minnie en Gerrie Jolink zorgden voor vele onderduikplekken in Varsseveld en omgeving in de Tweede Wereldoorlog. Op zo’n 125 plekken in Varsseveld en buurtschappen Binnenheurne, Sinderen, Westendorp en Heelweg zaten honderden joodse onderduikers verscholen, waaronder circa 80 joodse kinderen en jongeren.
Bijzonder is het, dat de in het dorp woonachtige joodse gemeenschap in zijn geheel de oorlog heeft overleefd. Dat was mogelijk doordat zij allemaal konden onderduiken in de directe omgeving. De zusters zijn echter zelf verraden en uiteindelijk in concentratiekamp Ravensbrück aan de ontberingen overleden.
Waarom vrouwen essentieel waren voor de onderduik
Vanaf 1943 werd de rol van de vrouw in het verzet cruciaal. Terwijl mannen massaal werden opgeroepen voor de Arbeitseinsatz (dwangarbeid in Duitsland) en daardoor risico liepen bij elke controle, konden vrouwen zich vaak vrijer over straat bewegen. Dit maakte hen de ideale schakels voor:
- Koeriersdiensten: Het rondbrengen van illegale kranten, bonkaarten en vervalste persoonsbewijzen.
- Wapenvervoer: Wapens werden vaak verstopt in kinderwagens of onder boodschappen.
- Het ‘managen’ van de Onderduik: Een onderduikadres was in feite een logistiek bedrijf. Vrouwen runden de huishoudens, zorgden voor extra voedsel en hielden de morele moed erin, terwijl de dreiging van verraad altijd op de loer lag.
“Vrouwen opereerden vaak in de schaduw van hun mannen en vaders. Na de oorlog bleef hun werk veelal onbekend, mede omdat zij hun eigen bijdrage vaak als ‘vanzelfsprekend’ beschouwden.”
Van Ru Paré tot de zusjes Oversteegen
Het verzet van vrouwen kende vele gezichten. In Den Haag gebruikte kunstenares Ru Paré haar schilderskist om 52 Joodse kinderen naar veilige onderduikadressen te smokkelen. In Haarlem kozen de jonge zusjes Truus en Freddie Oversteegen, samen met Hannie Schaft, voor het actieve, gewapende verzet.
Deze diversiteit aan rollen – van de zorgzame ’tante’ die kinderen verborg tot de strijdbare vrouw die sabotage pleegde – toont aan dat het verzet geen monolithisch blok was, maar een breed gedragen burgerinitiatief.
Hun drijfveren waren divers: religieuze overtuiging, rechtvaardigheidsgevoel of simpelweg menselijkheid. Deze verhalen dagen ons uit om ook vandaag de dag na te denken over burgerlijke ongehoorzaamheid en de strijd tegen ongelijkheid.

Helena Kuipers-Rietberg (Tante Riek)






