Pilotenlijn Lichtenvoorde
Tijdens de Tweede Wereldoorlog vervulde Lichtenvoorde een centrale rol in de hulp aan geallieerde vliegers en ontsnapte krijgsgevangenen. Vanwege de grootschalige verzetsactiviteiten en de vele geallieerden die er een veilig onderkomen vonden, kreeg het dorp de bijnaam ‘Klein Engeland’. De gunstige ligging op de aanvliegroute naar het Duitse Ruhrgebied, gecombineerd met een landschap van venen en bossen, maakte de regio tot een belangrijk knooppunt in de zogenoemde Pilotenlijn.
Strategische ligging en het ontstaan van de lijn
De Achterhoek was door de nabijheid van de grens met nazi-Duitsland een risicovol maar essentieel gebied voor militairen die uit Duitse krijgsgevangenschap ontsnapten of na een crash per parachute landden. In de eerste oorlogsjaren was de hulp vaak nog incidenteel en op goed geluk. Naarmate de luchtoorlog boven het Ruhrgebied heviger werd en de Landelijke Organisatie voor Hulp aan Onderduikers (LO) zich professioneler opstelde, ontstond in Lichtenvoorde een strak georganiseerd netwerk.
Dit netwerk verbond Twente en de Achterhoek met het zuiden van Nederland. Geallieerden werden vanuit plaatsen als Raalte, Rijssen en Hengelo (Overijssel) per fiets naar Lichtenvoorde gebracht. Na een korte periode van onderduik reisden zij per trein verder naar Noord-Brabant of Limburg, om via België bevrijd gebied te bereiken.
Logistiek en herkenningspunten
Het transport van vliegers vereiste strikte veiligheidsprotocollen. Een bekend hulpmiddel was het gebruik van een speciaal gevouwen krant. Verzetsmensen die de piloten begeleidden, droegen een krant op een specifieke manier in hun zak. Op stations zochten zij naar contactpersonen met een identiek gevouwen krant om de overdracht veilig te laten verlopen.
In Lichtenvoorde zelf waren specifieke locaties bekend in het internationale verzetsnetwerk:
- De Groene Deur: Bij de familie Meijer in Lichtenvoorde werden veel Franstalige vluchtelingen ondergebracht, omdat de heer des huizes de taal machtig was. Het huis met de opvallende groene deur werd een bekend baken.
- De Bijenkistschuur: Bij de familie Leemreize zaten soms vier nationaliteiten tegelijkertijd verborgen in een schuur voor bijenkisten.
- Het Zwarte Veen en de Harreveldse Bulten: Deze locaties werden gebruikt voor wapendroppings en geheime zendapparatuur.
Omvang en Sleutelfiguren
De effectiviteit van de pilotenhulp in Lichtenvoorde bleek na de oorlog uit een aangetroffen lijst met de namen van 236 geallieerde militairen die in het dorp kortere of langere tijd waren ondergedoken. In totaal ontvingen meer dan dertig personen uit de toenmalige gemeente Lichtenvoorde het Verzetsherdenkingskruis.
Cruciale figuren binnen dit netwerk waren onder meer Joep ter Haar (bijgenaamd ‘Piloten Joep’), Gert Reinders (‘de Hond’) en Hendrik Leemreize (‘Pietje Stofmeel’). Ook vrouwen zoals Dina Geurink-Wisselink speelden een rol; zij combineerde de zorg voor haar gezin en het werk op het land met het verbergen van onderduikers, waaronder een Russische piloot en Joodse onderduikers.
De laatste oorlogsmaanden
Na de mislukking van Operatie Market Garden in september 1944 werd de route naar het zuiden afgesloten. De piloten konden niet langer worden doorgevoerd en moesten noodgedwongen langdurig onderduiken in de regio. In deze periode bereidde het verzet zich voor op de definitieve bevrijding. Veel verzetsstrijders en onderduikers sloten zich in de laatste maanden aan bij het Dutch National Battalion, ook wel het ‘Vergeten Bataljon’ genoemd, dat zij aan zij met de geallieerden optrok tijdens de bevrijding van de Veluwe.
Herdenking en Erfgoed
De geschiedenis van de Pilotenlijn wordt levend gehouden door diverse herinneringspunten in de regio:
- Nationaal Onderduikmuseum: Dit museum biedt een overzicht van de hulp aan onderduikers en piloten in de gehele Achterhoek.
- Monument Klein Engeland: Een propeller op het Joep ter Haarplein in Lichtenvoorde herinnert aan de inzet van het lokale verzet.
- Crashmuseum Lievelde: Dit museum richt zich specifiek op de luchtoorlog en de neergekomen vliegtuigen in de regio.
Hoewel de bezetter met razzia’s en verraad probeerde het netwerk te breken, bleef de kern van het verzet in Lichtenvoorde tot de bevrijding in het voorjaar van 1945 actief.

Het monument ‘Klein Engeland’ op het Joep ter Haarplein in Lichtenvoorde






