tickets

Jan Hendrik Groenewegen

(Dokkum, 1889)

legerpredikant, staf DNB

Van dominee van het verzet tot legerpredikant

Jan Hendrik Groenewegen wordt geboren in Dokkum op 25 december 1889, oudste zoon van predikant Hermanus IJ. Groenewegen en Henriëtte A. Kollewijn. Zijn vader is remonstrants godsdienstfilosoof en ethicus, juist in dat jaar 1889 bevorderd tot doctor in de theologie. Het gezin verhuist vanwege het hoogleraarschap van vader naar Utrecht in 1891 en naar Rotterdam in 1893. Jan Hendrik groeit op met een zuster en twee broers. Na de middelbare school studeert hij theologie in Leiden. Hij wordt vrijgesteld van militaire dienst, maar moet wel dienst verrichten in het leger als predikant.

Hij trouwt op 30 juli 1918 in Zeist met Elise Mathilde Spenneman, geboren in Trier, Duitsland. Twaalf jaar lang is hij predikant van de remonstrantse gemeente Oude Wetering. Vervolgens wordt hij legerpredikant. Groenewegen, met de rang luitenant-kolonel, is een legerpredikant met veel ervaring in ethische zaken zoals tucht voor officieren, de houding van veldpredikers enzovoort. Ook bezit hij veel tact als het gaat om moeilijke situaties en beslissingen ten aanzien van mensen, die aan zijn zorg zijn toevertrouwd.

Vanaf 1940 is Groenewegen betrokken bij de ondergrondse. Via de veldpredikersvergaderingen kent hij dominees en militairen uit het verzet. In de oorlog stimuleert en adviseert hij het verzet waar dat mogelijk is. Zo werkt hij samen met zijn vriend en collega dominee J.G. Knottnerus, die hij in Den Haag heeft leren kennen als veldprediker en hoofd geestelijke verzorging. Op de pastorie van Knottnerus in Varsseveld (waar Groenewegen regelmatig komt) is het een komen en gaan van militairen en onderduikers. In bezet Nederland komt de geestelijke verzorging duidelijker in beeld als de bezetter eind april 1943 bekendmaakt dat de Nederlandse militairen opnieuw in krijgsgevangenschap komen en naar kampen in Duitsland zullen worden gezonden.

Legerpredikant Groenewegen weet samen met de geestelijk verzorger H.J.J.M. van Straelen de bezetter te overtuigen van de noodzaak van geestelijke verzorging voor de krijgsgevangenen. Ze krijgen toestemming om zielzorgers naar de krijgsgevangenkampen te sturen. Deze uitzending gaat op basis van vrijwilligheid en de kandidaten worden in overleg met de betreffende kerkgemeente benaderd. In totaal nemen vervolgens twaalf legerpredikanten de geestelijke verzorging van krijgsgevangenen op zich. Groenewegen doet vanaf 1940 ook illegaal werk samen met de militair Bob Krul, lid van de Ordedienst en Raad van Verzet. Vanaf najaar 1944 is Krul district-commandant Achterhoek van de Nederlandse Binnenlandse Strijdkrachten (Gewest 5).

Medio april 1945 wordt het Dutch National Battalion (DNB) gevormd, het burgerleger dat meetrekt met het Canadese leger om de Veluwe, de streek rond Scherpenzeel en Amersfoort en de Betuwe te bevrijden. Bob Krul wordt de commandant van dit burgerleger. Dominee Groenewegen wordt lid van de staf van het DNB.

Twee DNB-leden overlijden tijdens hun diensttijd bij het DNB, Wim Obbink en Hans Wiggers. Dominee Groenewegen brengt de militaire eer aan hun graf in Aalten.

In 1946 bezit dominee J.H. Groenewegen de militaire rang majoor en is hij verbonden aan de kazerne in Amersfoort.

In 1952 wordt aan hem het Kruis van Verdienste toegekend, een dapperheidsonderscheiding voor zijn illegaal werk in de Achterhoek. De uitreiking geschiedt op 29 april 1953 in het Paleis op de Dam. Een half jaar later overlijdt hij, op 1 november 1953 in Amersfoort. Hij wordt begraven op begraafplaats Lusthof in Leusden.

Jan Hendrik Groenewegen

Jan Hendrik Groenewegen