Cees van Beem
(Amsterdam, 1901)
commandant 2e compagnie DNB
Militair pur sang uit Ede. Onderduik, spionage, sabotage in Aalten.
Cornelis Gijsbertus van Beem wordt geboren in Amsterdam op 28 augustus 1901 als zoon van Gijsbertus en Wilhelmina van Beem-van der Werf. De ouders zijn in 1898 getrouwd. Het jaar daarop wordt een dochter geboren. De ouders gaan scheiden als Cees zeven jaar oud is en zijn moeder hertrouwt later dat jaar. Zijn vader trouwt in 1913 met de weduwe van zijn overleden broer.
Cees trouwt op 17 juni 1926 in Utrecht met Mensje van Roon. Ze krijgen in 1927 een zoon met de naam Evert Cornelis. Van Beem is beroepsmilitair bij het Achtste Regiment Artillerie van de kazerne in Ede, waar het gezin woont. Korporaal Herman Lichtenberg uit Aalten werkt daar ook. Al in 1942 spreekt Herman Lichtenberg af met Cees van Beem, Jan Tinge en andere beroepsofficieren, dat zij zich nooit in krijgsgevangenschap zullen laten wegvoeren. Mocht de oproep komen, zo belooft Lichtenberg, dan zal hij een onderduikadres zoeken voor zijn legerkameraden.
De oproep van de Wehrmacht-bevelhebber in Nederland, ‘General der Flieger’ F. Christiansen, komt eind april 1943! Lichtenberg houdt woord en zorgt ervoor dat Cees van Beem in Aalten kan onderduiken op een adres in de Wolboom. Dichtbij zit Jan Tinge ondergedoken bij Ter Horst van ‘Hutteman’ in Dale. Ze staan in regelmatig contact met Bob Krul, die RVV commandant is voor de oostelijke gemeenten in de Achterhoek en zijn kwartier dichtbij in Lintelo heeft. Van Beem en Tinge worden lid van de RVV. Ze sluiten zich aan bij de verzetsgroep in Lintelo, opgericht door Herman Lichtenberg en Gerrit Klein Entink. De wapens uit hun diensttijd in de kazerne hebben ze meegenomen. Ze geven wapeninstructies aan de locale verzetsgroep, die steeds groter wordt. Zelf houden ze zich vooral bezig met inlichtingenwerk.
In augustus 1944 vragen zij Karel Hengeveld, (PGEM monteur in Bredevoort), of het mogelijk is vanuit Bredevoort het PGEM telefoonnet te gebruiken voor berichten en orders voor de stootgroepen van de Binnenlandse Strijdkrachten in de districten Groenlo en Vorden. Hengeveld legt hen uit wat de mogelijkheden zijn en belt vervolgens de PGEM-monteurs op de telefoonlijnen Lichtenvoorde-Groenlo-Dinxperlo-Varsseveld-Doetinchem-Hengelo-Vorden. Hij vertrouwt hen en vraagt hun medewerking en bereidheid orders op te volgen. Allen stemmen toe. Hengeveld regelt voor Van Beem en Tinge fraaie valse papieren, die aantonen dat ze monteurs van PGEM zijn. Ze krijgen een aanvullend bewijs met stempel en handtekening, dat ze na spertijd ’s nachts buiten mogen verblijven. Ze worden zelfs voorgesteld aan de plaatsvervangend Ortskommandant aan de Markt in Aalten en op het kantoor van de Landwacht.
In september 1944 hebben Van Beem en Tinge een gesprek met Bob Krul, districtscommandant van de Binnenlandse Strijdkrachten Gewest 5 over het vormen van bataljons stoottroepen in Zuid-Oost Achterhoek. Intussen is Gerrit Klein Entink volop actief met spioneren en saboteren voor ‘Albrecht’ in de regio, waarbij hij ook gebruik maakt van het PGEM netwerk. Vanaf november 1944 verloopt de samenwerking op het gebied van spionage- en sabotage van Van Beem en Tinge met Klein Entink en sectorleider groep Albrecht in Aalten gesmeerd. Deze sectorleider is Jan Willem van Ganswijk alias KO, die vanuit Zuid-Holland zijn kantoor in Aalten heeft opgezet en in Lintelo twee koeriersters heeft geïnstrueerd.
Kort na de bevrijding wordt het Dutch National Battalion opgericht, waarbij Cees van Beem dus betrokken is gewest wat betreft de voorbereiding. Midden april 1945 wordt Cees van Beem commandant van de 2e compagnie DNB. Op maandag 16 april staat hij aangetreden met zijn mede compagnieleiders Jan Ket en Jan Tinge op de Markt in Aalten. Voor hen staat de commandant Bob Krul en achter hen het grote peloton Achterhoekse mannen en onderduikers. In Canadese vrachtwagens vertrekken ze vervolgens richting het gebied tussen Doesburg en Zutphen. Als ze op 17 april tussen Gorssel en Wilp via een ponton de IJssel overstreken, is ook de achttienjarige zoon van Cees van Beem bij zijn groep.
Van Beem schrijft in de komende maanden nauwgezet zijn dagrapporten over de bevrijding van Harderwijk, Elburg, Bunschoten, Spakenburg en andere plaatsen. Opmerkelijk is zijn vermelding op 24 mei 1945. “Het grote evenement van deze dag is de komst van de heer H. Lichtenberg, de eigenlijke grondlegger voor het ondergrondse werk in de Achterhoek. Hij heeft nog niet zo lang geleden het concentratiekamp Buchenwald verlaten en wij rekenen het ons als grote eer aan, hem enige dagen in ons midden te mogen hebben.”
Eind juni 1945 vertrekt Van Beem als commandant van de 2e compagnie en wordt opgevolgd door Douwe Jilderda (tot dan zijn waarnemer). De compagnie verblijft op dat moment in Wezep. Als op 12 juli het DNB ophoudt te bestaan, stapt een groot deel van de 2e compagnie over naar II.8.R.I. van de Koninklijke Landmacht. Cees Van Beem wordt commandant van 4-II-8 R.I., de compagnie van de Koninklijke Landmacht, die belast is met het ruimen van mijnen en de bewaking van de Duitse krijgsgevangenen, die dit karwei moeten opknappen.
Informatie over zijn beroep na de oorlog is tot heden niet beschikbaar. Vermoedelijk heeft hij zijn beroep als beroepsmilitair voortgezet.
Cees van Beem overlijdt in Utrecht op 23 november 1950. Zijn woonplaats is volgens de acte dan nog steeds Ede. Als beroep staat vermeld ‘kapitein’.







