tickets

Marinus Kamperman

(Varsseveld, 1920)

sectiecommandant 3e compagnie DNB

Kamperman in Vragender is een broeinest van verzet in WO2

Marinus Kamperman wordt geboren in Varsseveld op 5 september 1920 als zoon van Marinus en Ziena Kamperman-Kuenen. Hij heeft een tweelingzus Dina. Zijn ouders zijn in 1922 met vier kinderen verhuisd naar Vragender. Als zijn vrouw in 1933 overlijdt, blijft vader Marinus achter op boerderij ‘de Kamper’ aan de Kamperweg in Vragender met zeven jonge kinderen.

In de Tweede Wereldoorlog is boerderij “de Kamper” een broeinest van verzet. Marinus en zijn vier jaar jongere broer Antoon zijn bij de ondergrondse en hebben een actief aandeel in het illegale militaire verzet tegen de bezetters. Uit Duitsland ontsnapte krijgsgevangenen en geallieerde piloten vinden hier een tijdelijk onderdak. De gemeentesecretaris van Groenlo zit er langer ondergedoken en ook zijn er evacués in huis. Op de akker is een nogal slecht geventileerd schuilhol gemaakt, waar verzetsman ‘Kareltje’ de RAF-piloten Hanson en Cheeseman een nacht laat verblijven. Kareltje heeft zijn jongere broer Gerhard Pampiermole uit Aalten al eerder hiernaartoe gebracht om onder te duiken. De zussen Ziena en Hanna Kamperman gebruiken een fluitje om de onderduikers terug te roepen, als die vanwege een razzia het bos zijn ingevlucht.

Bij de familie Kamperman is het een komen en gaan van mensen, wat soms voor onrust en spanning zorgt. Op de ‘Vossenakker’ dichtbij worden de kisten met wapens veilig verstopt, die afkomstig zijn van de twee wapendroppings eind oktober 1944 in het Aaltense Goor. De goederen zijn bestemd voor het verzet in Vragender.

Najaar 1944 worden Marinus en Antoon lid van de Binnenlandse Strijdkrachten (BS) Lichtenvoorde. Marinus wordt commandant van het strijdend gedeelte van de BS afdeling Vragender. Medio april 1945 treedt hij toe tot de derde compagnie van het DNB. Als sectiecommandant geeft hij leiding tijdens gevechtsacties tegen terugtrekkende Duitsers op de Veluwe en in de Betuwe.

Op 15 juli 1945 krijgt Marinus Kamperman eervol ontslag omdat het Dutch National Battalion ophoudt te bestaan. Vermoedelijk heeft hij een jaar bijgetekend voor dienst bij de Landmacht Nederland. Op 26 april 1946 schrijft Jan Tinge, de commandant van de 3e Compagnie van het DNB een getuigschrift voor Marinus Kamperman. Hij brengt onder andere tot uitdrukking dat Marinus de Duitse onderdrukkers heeft tegengewerkt, ook onder zeer moeilijke omstandigheden.

Het is de bedoeling dat Marinus het bedrijf van zijn vader ‘de Kamper’ overneemt, maar daar voelt hij niets voor. Hij meldt zich aan bij de nieuwe politieorganisatie, die per november 1945 in Nederland is opgericht. Hij krijgt werk bij het Gerechtsgebouw in Groenlo. Begin jaren vijftig wordt hij overgeplaatst naar Den Haag en dan naar Delfgauw. Daar ontmoet hij Gerda Kunz. Ze trouwen in september 1953. Als de oudste van de twee dochters wordt geboren, wonen ze in Rotterdam en werkt Marinus bij het Gerechtsgebouw in Rotterdam. In de periode 1966-1969 is Marinus buurtagent en woont het gezin in Leidschendam. Dan volgt de verhuizing naar Eibergen, waar Marinus van 1969 tot zijn pensioen in 1980 werkt als wachtmeester 1e klasse.

Marinus Kamperman overlijdt op 24 maart 2000 in Eibergen.

Marinus Kamperman

Marinus Kamperman