Cent Liefhebber
(Ridderkerk, 1914)
lid 1e compagnie DNB
Vijf jaar lang ziet ‘Kleine Cees’ zijn vrouw en kinderen sporadisch
Cent Liefhebber werd op 23 juni 1914 geboren in Ridderkerk. In december 1934 kwam hij als dienstplichtige op bij het 3e Regiment Infanterie in Bergen op Zoom, waarna hij in 1935 met groot verlof ging in de rang van sergeant. Omdat er in de bakkerij van zijn oom in Rotterdam ‘geen droog brood te verdien viel’, nam hij op 1 december 1937 vrijwillig dienst en werd hij opnieuw bij het 3e Regiment Infanterie ingedeeld.
De inval en vertrek naar Aalten
In mei 1940, tijdens de inval van nazi-Duitsland, kwam hij onder vijandelijk vuur te liggen bij het oversteken van de Maas bij Goidschalxoord. Hij werd vervolgens door de Duitsers gedetineerd in de Hoekse Waard. Na zijn vrijlating kreeg hij eind juli 1940 een baan als hulpcommies bij de douane in Aalten. Op 1 november 1940 trouwde hij met Jannie Flach uit Ridderkerk. Zij woonden aan de Haartsestraat 52 in Aalten, waar hun vier kinderen werden geboren: Hanny en Ria tijdens de oorlog, en Netty en Hans na de bevrijding.
Smokkelpaden en pilotenhulp
Samen met zijn collega’s en de marechaussee moest hij het smokkelen aan de grens tegengaan. Later in de oorlog werd hij tijdelijk overgeplaatst naar Wernhout in Noord-Brabant. Een van zijn collega’s daar was Gerrit Kleisen, die samen met een Belgische commies een hulplijn voor onder meer geallieerde piloten had opgezet. De piloten werden de grens overgebracht en konden via België en Frankrijk naar Engeland terugkeren. Liefhebber adviseerde Kleisen om – zodra hij in moeilijkheden zou komen – naar zijn vrouw in Aalten te reizen. Niet veel later zocht de Sicherheitsdienst (SD) naar Kleisen, die zich daarop direct in Aalten bij mevrouw Liefhebber meldde. In mei 1943 dook Kleisen onder bij de familie Brusse aan de Brakensteeg in Lintelo.
Onderduik en de Knokploeg
In mei 1943 moest Cent Liefhebber zich als oud-militair na een oproep van de bezetter melden. Hij weigerde dit en dook afwisselend onder bij Hendrik en Sientje Bongen van ‘De Riete‘ en Chrisje Westerveld van ‘De Vlijt‘, twee nabijgelegen boerderijen in de buurtschap Dale.
Onder de schuilnaam ‘Kleine Cees’ nam hij deel aan acties van de Knokploeg Aalten. Vanaf het najaar van 1944 sloot hij zich aan bij de Nederlandse Binnenlandse Strijdkrachten (NBS), die in april 1945 opging in het Dutch National Battalion (DNB). Hier kreeg hij de rang van sergeant-majoor in de eerste compagnie.
Mijnopruiming en gezinsleven
Aansluitend nam hij dienst in het Nederlandse leger en werkte bij de Mijnopruimingsdienst. Hij volgde hiervoor een cursus en werd tot februari 1948 ingezet bij het ruimen van mijnen in de Betuwe.
In de jaren tussen 1943 en 1948 kon Liefhebber door zijn werk en het verzet slechts zeer beperkt tijd met zijn gezin doorbrengen. Jannie en haar vier kinderen waren in die tijd voor voedsel en kleding tot aan de bevrijding aangewezen op hulp van het verzet en buurtgenoten. Toen hij in 1948 werd opgeroepen voor dienst in voormalig Nederlands-Indië, riep zijn vrouw uit: “Als je dat doet, Cent, dan hoef je niet meer terug te komen”.
Op 8 februari 1945 raakte hun huis beschadigd door een Engelse vliegtuigbom, waarbij Jannie gewond raakte aan haar gezicht door glasscherven. Vanaf 1948 werkte Liefhebber als wapeninstructeur bij de Infanterieschool in Harderwijk. De banden met de Aaltense boerenfamilies die hem onderdak boden, bleven nog vele jaren na de oorlog bestaan.
Een bescheiden herinnering
De kinderen van Cent en Jannie Liefhebber herinneren zich hun vader als een vriendelijk en opgeruimd mens, gericht op de kerk en de maatschappij. Hij droeg geen haat voor Duitsers over naar zijn kinderen. Het verlies van medeverzetsstrijders had zeker littekens bij hem achtergelaten, waardoor hij weinig over de oorlogsjaren sprak. Maar anders dan bij hun moeder was dat niet uitgegroeid tot een (tijdelijk) trauma.
Cent Liefhebber overleed op 17 december 1993 in Harderwijk.







