Jan Ket
(Leeuwarden, 1914)
commandant 1ste compagnie DNB
Een moedig en slagvaardig leider
Jan Ket, alias Zwarte Jan, werkt na de Koninklijke Marine vanaf 1940 als douanier in Aalten. In 1943 duikt hij onder en richt met Cees Ruizendaal (alias Zwarte Kees) de Knokploeg Aalten op, die distributiekantoren overvalt voor bonnen voor onderduikers. In april 1944 loopt een wapentransactie fataal af; Ruizendaal sneuvelt en Ket wordt gevangengenomen. Hij ontsnapt uit Kamp Vught en vormt een gewapende verzetsgroep in Aalten.
Zomer 1944 krijgt Ket van Bob Krul (districtscommandant Raad van Verzet) opdracht een stormpeloton van 40 man te formeren. Samen met Henk van ’t Lam traint hij de groep op boerderij De Bark in Aalten. Ze bereiden zich voor op de bevrijding en voeren wapendroppings en sabotageacties uit. Ket neemt later de volle verantwoordelijkheid voor de aanleiding van de executie van 46 mannen bij Rademakersbroek.
In maart 1945 verzamelt Ket inlichtingen over Duitse troepenbewegingen en reist met geallieerde piloten naar het hoofdkwartier van Prins Bernhard. Op 30 maart keert hij terug voor de bevrijding van Aalten. Zijn verzetsgroep vormt de 1ste compagnie van het Dutch National Battalion (DNB), dat bijdraagt aan de bevrijding van Twello, Apeldoorn, Kootwijkerbroek, Nijkerkerveen, Bunschoten en Spakenburg.
Na de capitulatie leidt Ket zijn compagnie bij de mijnenopruiming; hij treedt toe tot de Koninklijke Landmacht. Hij dient in Oost-Java en wordt uiteindelijk Grootmajoor.
In 1970 gaat hij met eervol ontslag. Verzetsvriend Henk van ’t Lam noemt hem een moedig leider, die altijd zelf het voorbeeld gaf. Jan Ket overlijdt in 1985 in Amersfoort.