Het oorlogsdagboek van Jaap en Fien
In 1942 trouwden Jacob (Jaap) Weijel (1916–2004) en Fientje Aleng (1918–2011) in Amsterdam. Het was een van de laatste Joodse huwelijken die voor de burgerlijke stand in de hoofdstad voltrokken konden worden. Kort daarna dwong de Duitse bezetting het jonge stel tot een radicale keuze om aan deportatie te ontkomen.
Onderduik op de Haart
De vader van Jacob, de Aaltense veehandelaar Joseph Weijel, benaderde Jan Berend Drenthel met de vraag of zijn zoon en schoondochter konden onderduiken. Drenthel, een weduwnaar die met zijn kinderen op boerderij Nieuw Drenthel in de buurtschap Haart woonde, stemde na beraad met zijn gezin toe. Het was een risicovol besluit; op het verbergen van Joden stond de doodstraf. Op 10 september 1942 arriveerden Jaap en Fien per trein in Aalten.
Leven op de vierkante meter
Wat begon als een verzoek voor enkele weken, werd een verblijf van bijna drie jaar. Het echtpaar kreeg een kamer van twee bij drie meter. Jan Berend Drenthel stond hiervoor zijn eigen bed af en sliep voortaan zelf in een alkoof. Eind 1943 voegde Fiens broer, Miel Aleng (1923–2008), zich bij hen. Met drie volwassenen deelden zij de kleine ruimte en het bed van 1,20 meter breed.
De overgang van het sociale en culturele leven in Amsterdam naar de isolatie op de boerderij was groot. De onderduikers moesten voortdurend onzichtbaar blijven en moesten eten wat de pot schafte. De omstandigheden waren zwaar: in de winter was het extreem koud en de dreiging was constant aanwezig, zeker toen er SS’ers en later gevluchte NSB’ers op de boerderij werden ingekwartierd.
Een kroniek van eentonigheid en angst
Om de psychologische druk en de eentonigheid te weerstaan, hielden Jaap en Fien gezamenlijk een dagboek bij. Ze wisselden elkaar elke twee weken af als schrijver om de verslaglegging gevarieerd te houden. In totaal schreven zij zo’n 870 pagina’s vol; een kroniek van 933 dagen in afzondering. Het dagboek geeft een inkijk in de dilemma’s en lastige situaties waarin mensen terecht kunnen komen die afhankelijk van elkaar worden en er samen ‘het beste van maken’.
De fragmenten wisselen af tussen de sleur van alledag en momenten van rauwe angst, zoals het halsoverkop vluchten door een raam om de nacht in een ijskoude greppel op het land door te brengen tijdens razzia’s. Naast de angst tonen de schriftjes een morele ontwikkeling: de aanvankelijke afstandelijkheid maakte gaandeweg plaats voor een diepe bewondering voor de familie Drenthel, die dagelijks hun leven waagde voor hun gasten.
Erkenning en overdracht
Na de bevrijding op 30 maart 1945 keerden Jaap, Fien en Miel terug naar Amsterdam. Jan Berend Drenthel, die in 1958 overleed, sprak er na de oorlog zelden over zijn rol. In 2022 werd hij postuum door Yad Vashem onderscheiden als ‘Rechtvaardige onder de Volkeren’.
De originele dagboeken zijn ondergebracht bij het NIOD Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies. Om het verhaal lokaal en voor de familie levend te houden, hebben Carry Kuling-Aleng (dochter van Miel) en haar man Aad de teksten gedigitaliseerd en gebundeld in het 350 pagina’s tellende boek ‘Ondergedoken’.
In 2021 werd dit eerbetoon aan de overlevingsdrang en de hulp van de familie Drenthel officieel overgedragen aan het Nationaal Onderduikmuseum in Aalten. Tijdens een emotionele bijeenkomst benadrukten de aanwezige nazaten van zowel de onderduikers als de familie Drenthel het belang van deze schenking. Een van de familieleden verwoordde het treffend:
“De Nazi’s wilden ons Joodse mensen vernietigen, maar zoals je ziet is ze dat in ons geval dankzij de familie Drenthel niet gelukt!”

Trouwfoto Jaap Weijel en Fien Aleng






