Hans Georg Calmeyer (1903–1972)
‘Jodenredder’ in Duitse Dienst
Hans-Georg Calmeyer was een Duitse jurist die tijdens de Tweede Wereldoorlog een even cruciale als omstreden rol speelde in bezet Nederland. Als hoofd van de Entscheidungsstelle in Den Haag wist hij duizenden Joden voor de vernietigingskampen te behoeden door hun afkomst op papier te ‘vervalsen’.
Carrière en de ‘Calmeyer-lijst’
Calmeyer werd in 1903 geboren in Osnabrück en vestigde zich daar na zijn studie als advocaat. In 1940 werd hij via de Wehrmacht in Nederland gelegerd, maar hij stapte in maart 1941 over naar het civiele bestuur (Innere Verwaltung). Hier kreeg hij de leiding over de afdeling die besliste over herzieningsverzoeken van de Joodse registratie.
Joden die geregistreerd stonden als ‘voljood’, probeerden via bezwaarschriften aan te tonen dat zij in werkelijkheid ‘halfjood’, ‘kwartjood’ of zelfs niet-Joods waren. Calmeyer was bereid om op basis van vaak gefingeerde bewijsstukken positief te beslissen. Zo ontstond de zogenaamde Calmeyer-lijst: een verzameling mensen die door zijn handtekening (voorlopig) veilig waren voor transport naar kampen als Auschwitz.
Samenwerking met het Verzet
Calmeyer werkte niet in een vacuüm. Hij liet zich bewust voeden door een netwerk van deskundigen die bewijzen vervalsten of creatieve juridische constructies bedachten:
- Het advocatennetwerk: Hij werkte nauw samen met Nederlandse juristen zoals Benno Stokvis, Nino Kotting, Jaap van Proosdij en Martien Nijgh.
- Wetenschappelijke dekmantel: Hij onderschreef de (pseudo-)wetenschappelijke rapportages van antropoloog Arie de Froe, die met antropometrische gegevens ‘aantoonde’ dat Portugese Joden biologisch gezien geen Joden zouden zijn.
Volgens historicus dr. L. de Jong besefte Calmeyer terdege dat veel stukken vervalst waren, maar bleef hij ze accepteren, ondanks groeiende conflicten met andere Duitse instanties.
Cijfers en impact
Van de 5.667 verzoeken die bij hem werden ingediend, nam Calmeyer in 3.709 gevallen een positieve beslissing. In een land waar 96% van de gedeporteerde Joden de dood vond, was zijn handelen letterlijk van levensbelang. Toch wees hij ook bijna 2.000 verzoeken af, wat bijdroeg aan de complexiteit van zijn morele erfenis.
Naoorlogse jaren en erkenning
Na de bevrijding zat Calmeyer ruim een jaar in geallieerde gevangenschap (1945-1946), waarna hij terugkeerde naar zijn praktijk in Osnabrück. Pas in 1974, na publicaties van L. de Jong, kreeg zijn verhaal brede bekendheid.
- In 1992 ontving hij postuum de Yad Vashem-onderscheiding, een eer die ook zijn Nederlandse helpers Kotting, Van Proosdij en Nijgh ten deel viel.
- Calmeyer overleed in 1972 op 69-jarige leeftijd aan een hartaanval, tot het laatst achtervolgd door het gevoel dat hij te weinig had gedaan.
Een omstreden erfenis
Ondanks zijn reddingsacties blijft Calmeyer een figuur die polariseert. Critici wijzen erop dat hij als radertje in de nazi-machine ook meewerkte aan het systeem dat de Holocaust mogelijk maakte. Dit kwam in 2020 scherp naar voren toen 200 prominenten, onder wie Hans Knoop, protesteerden tegen het vernoemen van een museum naar hem in Osnabrück.

Hans-Georg Calmeyer (1903–1972)
Hans-Georg Calmeyer (1903–1972)






