Blaas-Jacob van Belzen
(Arnemuiden, 1924)
lid 2e compagnie, 2e peleton, 3e sectie DNB
„Ik heb de oorlog meegemaakt, maar hoop zoiets nooit meer te moeten meemaken. De tijden zijn beangstigend”
Blaas-Jacob van Belzen is geboren op 9 februari 1924 in het Zeeuwse Arnemuiden en overleden 25-11-1991 aldaar. Zijn roepnaam was BJ en Blaas. In Gelderland werd hij ook wel Jaap genoemd. Blaas is de oudste in het zeven kinderen tellende gezin van Jan van Belzen en Dina de Nooijer. Zijn vader had een vishandel (aan huis). Zij waren gereformeerd, zoals zovelen in het stadje.
Meidagen 1940 en een Franse soldaat
Toen Nederland capituleerde, vochten in Zeeland de Fransen door. Zo ook de Franse soldaat Roger Houssin (224e R.I. 7e compagnie). Hij wordt echter in de buurt van de Sloedam op 17 mei door de Duitsers gevangengenomen. Maar de dag erop ontsnapt hij en houdt hij zich zonder eten en drinken schuil op en rond weilanden in de buurt van Arnemuiden. Op 22 mei spreekt Roger een aantal arbeiders aan die op een veld in de buurt aan het werk zijn, onder hen ook Daniel, een broer van Blaas. Daniel waarschuwt hem terstond voor Duitsers in de buurt en geeft hem zijn eten en drinken. In de periode daarop wordt Roger, zich nog steeds schuil houdende in de buitenlucht, voorzien van eten via de broers Blaas, Daniel en Lieven, 16, 15 en 13 jaar.
Roger wordt op 25 mei door Blaas en Daniel verplaatst naar een schuurtje verderop in een weiland, hij blijft hier tot 22 juni. Daarna wordt hij verplaatst naar een oom en tante van Blaas in de Appelstraat (nu Spoorstraat) te Arnemuiden. Roger trekt 28 juni 1940 uiteindelijk in bij de familie Jan van Belzen en Dina de Nooijer (verderop in dezelfde straat), waar hij de naam Kees krijgt. Maar Kees vertrekt in 1943 of 1944, het werd te gevaarlijk. Want ook Blaas was inmiddels ondergedoken om zich te onttrekken aan de Arbeitseinsatz. Bovendien had de familie van Belzen een NSB-er als achterburen. Kees oftewel Roger, komt uiteindelijk na andere onderduikadressen op Walcheren te hebben gehad, na de bevrijding weer terug in zijn thuisland.
Onderduiken
Het is waarschijnlijk dat Blaas ergens in of voor 1943 (toen 19 jaar) is ondergedoken. Zijn jongste zus (toen zes jaar) weet nog goed dat ze samen met haar moeder, Blaas uitzwaaide op het station. Toen omstanders vroegen of hij ook ging werken in Duitsland, was het antwoord ja. Maar het was het plan om hem te laten onderduiken. De exacte details van de reis ontbreken, wel is duidelijk dat hij alleen is vertrokken.
Hij is waarschijnlijk via de predikant Lugtigheid te Zeist, en vervolgens mogelijk nog via één of meerdere adressen terecht komen op de boerderij van het gezin van Jan Hendrik Luimes en Grada Willemina Weenink, aan de Stadsheidelaan te Halle-Nijman, in de buurt van Doetinchem. Blaas werkte daar mee op de boerderij. De boerderij was uitgerust met een schuilplek, voor het geval dat. Er gaat een verhaal in de familie rond dat Blaas zich eens in een veld schuil moest houden vanwege een (nakende) razzia. Het is onbekend of en zo ja welke verzetsactiviteiten Blaas zou hebben uitgevoerd.
Het gezin Luimes had schijnbaar vaker onderduikers en er werden ook wapens op het erf verborgen (onder de mesthoop). Er was ook een directe connectie met het LO. Cary Stomp uit Zeist (provinciaal leider Utrecht) was getrouwd met Johanna (roepnaam Hanna), een dochter van het gezin Luimes. Dit verklaart misschien waarom Blaas daar terecht is gekomen vanuit zijn eerste stop in Zeist. Ook de slager van Arnemuiden (dhr. La Soe) was actief met hulp aan onderduikers (en wist ook van de Franse soldaat). Dus wellicht is zo het contact gelegd om Blaas te helpen onderduiken.
Periode DNB
Na de bevrijding sluit Blaas zich aan bij het DNB, als soldaat bij het strijdend gedeelte 2e compagnie, 2e peleton, 3e sectie. Hij heeft uitbetaald gekregen vanaf april t/m juni 1945. Zijn eervol ontslag is verleend op 25 juni 1945. Hiervan is het onbekend wat voor activiteiten Blaas heeft uitgevoerd. Wel is bekend dat het 2e peleton zich heeft bewogen vanuit Aalten richting Apeldoorn, De Glind, Hoevelaken, Amersfoort en vervolgens op de lijn van de Eem–Zuiderzee posten heeft betrokken.
Er werd na de oorlog niet of niet veel over de ervaringen gesproken. Wel reflecteert Blaas in april 1990 in een interview met het Reformatorisch Dagblad, wijzend op een foto van oudstrijders van het Dutch National Batallion: „Ik heb de oorlog meegemaakt, maar hoop zoiets nooit meer te moeten meemaken. De tijden zijn beangstigend”.
Na de oorlog
Blaas is in 1952 getrouwd met Hendrika Johanna (Riek) Luijmes (let op met een J). Een dochter van het gezin Luijmes die op een boerderij woonde aan de Rietveldweg, die achter de boerderij van de familie Luimes ligt. Uit het huwelijk tussen Blaas en Riek zijn vier kinderen en zeven kleinkinderen voortgekomen.
Na de oorlog is Blaas in de vis gaan werken, eerst als commissionair en later voor zichzelf. Hij is oprichter van de im- en exporthandel in garnalen en vis Fa. J. van Belzen en Zn. In 1970 kwam Blaas als ARP-er in de raad van de gemeente Arnemuiden. In 1978 kwam hij als RPF-er terug, nadat hij vier jaar geen zitting had gehad. Op zijn 66e nam hij hier op 1 mei 1990 afscheid van. Ook heeft hij als afgeleide hiervan als penningmeester in het bestuur gezeten bij de Sociale Werkplaatsen Walcheren. Hij zette zich tevens in voor de gereformeerde kerk.
Dagboek Franse soldaat
Blaas is na de oorlog in Parijs op zoek geweest naar de Franse soldaat Roger. Hij kwam terecht bij een oom en tante, maar die wilden er weinig van weten of over spreken, onduidelijk is waarom. De zoektocht was dan ook niet geslaagd. Leuk detail is dat het dagboek van Roger beschikbaar is in het museum Arnemuiden, in 2022 overgedragen in het bijzijn van de jongste zus van Blaas. Ook hebben Jan van Belzen en zijn vrouw Dina in 1948 een oorkonde en draagmedaille gekregen van de vereniging Souvenirs Français voor de hulp aan Roger.







