Jan Stapelkamp
(Amsterdam, 1920)
lid 1e compagnie DNB
Leven in een land met een bezetter is voor Jan ondenkbaar
Gerrit Jan (Jan) Stapelkamp wordt geboren in Amsterdam op 15 april 1920. Zijn ouders Antoon en Hanna Stapelkamp-Stronks zijn kort daarvoor met twee kinderen vanuit Aalten naar de hoofdstad verhuisd. Het gezin verhuist later naar Utrecht en Den Haag waar nog drie kinderen worden geboren. Opmerkelijk is hoe de ouders zich ontwikkelen. Vader is destijds twaalf jaar oud als fabrieksknecht begonnen, wordt gemeenteraadslid in Aalten en is na de oorlog lid van de Eerste en Tweede Kamer voor de Anti Revolutionaire Partij. De kinderen en dus ook Jan weten al vroeg dat met ‘bid en werk’ en de samenwerking met anderen veel te bereiken is.
Jan Stapelkamp is gedreven, niet bang en vlot in de omgang. Hij volgt een opleiding bij de Marine. Maar de oorlog heeft een ingrijpende invloed op zijn leven. Zijn vader is een krachtig voorzitter van de vakbond CNV en wordt in juni 1941 door de bezetter gearresteerd. Gedurende anderhalf jaar zit vader Antoon gevangen in de kampen Schoorl, Buchenwald, Haaren en Sint-Michielsgestel. Ook zijn oom Herman Stapelkamp zit een jaar lang gevangen in Kamp Vught. Zijn neef Jan Kooijman wordt opgepakt in de Aaltense Heurne en komt om in Duitsland (wat pas na de oorlog bekend wordt). Zijn even oude neef Freek Somsen uit Doesburg is verzetsman in Doesburg en op de Veluwe en helpt Joden aan een onderduikadres. Freek wordt op 5 september 1944 door de bezetter gefusilleerd.
Verzetswerk in Doesburg en Aalten
Leven in een land met een bezetter is voor Jan ondenkbaar. Ook hij gaat in onderduik en verzet en vecht voor vrijheid. Jan duikt onder bij zijn familie in Doesburg en Aalten. In Aalten werkt hij samen met de Knokploeg Aalten. In november 1944 vestigt de sectorleider Ko van spionagegroep Albrecht zich in Aalten. Deze werkt samen met de andere sectorleider in de Achterhoek, Louis in Doesburg.
Omdat Jan zowel de weg kent in Doesburg als in Aalten maken de spionageleiders graag gebruik van zijn diensten. Maar even later is de leider Cees Brouwer alias Eduard zijn contact. Het werk wordt intenser bij het naderen van de bevrijding. Het gaat vooral om het registreren van troepenbewegingen van de Duitsers en hoeveelheid materieel. Zijn spionagereis naar Groningen mislukt, omdat zijn fiets wordt afgepakt.
Bevrijding en DNB
Net na de bevrijding van Aalten, begin april 1945, meldt Jan zich bij de plaatselijke commandant van de Binnenlandse Strijdkrachten en even later is hij lid van het Dutch National Battalion (DNB) dat naar de Veluwe trekt. Op 19 april 1945 vraagt het Canadese leger aan DNB-commandant Bob Krul en Jan Stapelkamp twee zwaarbewapende Canadese jeeps te begeleiden op een verkenningstocht richting het IJsselmeer. Ze rijden door een gebied dat nog niet bevrijd is. Op 27 mei 1945 schrijft Jan Stapelkamp een brief aan spionageleider Eduard.
Over zijn leven na de oorlog is weinig bekend. Hij is getrouwd en in 1972 werkt bij bij de Detam, een bedrijfsvereniging voor detailhandel, ambachten en huisvrouwen.
Jan Stapelkamp overleed op 2 februari 1980 in Utrecht.







