Het zijn de persoonlijke verhalen die de Tweede Wereldoorlog levend houden. Hieronder vindt u een aantal voorbeelden van verhalen uit onze museumcollectie. Deze verhalen van gewone mensen in ongewone tijden kunnen alleen maar tot stand komen met hulp van veel mensen. Als uzelf – of iemand die u kent – een verhaal heeft over verzet, onderduik en bevrijding dat u met ons wilt delen, dan horen wij het graag van u! Ook ontvangen wij graag brieven, documenten en foto’s of namen van onderduikers en waar ze zaten ondergedoken. Gooi niets weg van dit unieke materiaal, wij zijn u dankbaar en zijn er blij mee!

“Oh, lieve Annie!”

Kees (“Rakie”) Verheul uit Amsterdam zat ondergedoken bij de familie Ebbers in de Aaltense Heurne en was smoorverliefd op buurmeisje Annie Obbink van boerderij ‘t Slaa. Grada Ebbers en de tweeling Rieky en Inie Ebbers weten het nog goed.

Als opgejaagd wild

Thea en Wolfgang kennen elkaar van de joodse jongerenvereniging in Winterswijk. Wolfgang is toen Hitler aan de macht kwam van Duitsland naar Nederland gevlucht. Thea is in Winterswijk geboren en woont met haar familie boven de kledingwinkel van haar ouders.

Anne Reiring

Anne is in 1940 vijftien jaar oud en het tweede kind van Johannes en Gesina Reiring. Het gezin woont op boerderij Beusink in Dale. De boerderij wordt een toevluchtsoord voor arbeidsweigeraars, de Rus Iwan en circa 25 Franse vluchtelingen en vliegeniers.

De Dames Jolink

De zusters Minnie en Gerrie Jolink uit Varsseveld zorgden voor vele onderduikplekken in Varsseveld en omgeving in de Tweede Wereldoorlog. De zusters zijn echter zelf verraden en uiteindelijk in concentratiekamp Ravensbrück aan de ontberingen overleden.

De ontsnapping van Gerrit Hoopman

De Duitse bezetters weten dat de Aaltense kerken op zondag vol zitten, ook met onderduikers en mannen die zich onttrekken aan de arbeidsinzet. Tijdens een onverwachte razzia ontsnapt Gerrit Hoopman, dankzij een kap en cape van een Scheveningse evacué.

Frank Dell

Op 15 oktober 1944 stort de Britse Mosquito bommenwerper van piloot Frank Dell neer bij Münster. Frank vlucht en komt terecht in Lintelo. Daar raakt hij betrokken bij het verzet. In zijn boek beschrijft hij de fatale gebeurtenissen die daar plaatsvonden.

Gemmeker, commandant van kamp Westerbork

Hij was het vriendelijke gezicht van het nazi-kwaad: Albert Gemmeker, commandant van kamp Westerbork. Hij staat te boek als een correcte commandant, die volhield niet te hebben geweten wat er met joden in concentratiekampen gebeurde.

Ivy Philips

Ivy Philips, een joodse jongen van goede komaf, vluchtte samen met zijn vriend Frits Cohen op 15-jarige leeftijd uit Zutphen. Hij bracht in De Heurne bij het grensdorp Dinxperlo de oorlog door. Zij deden er zich voor als studenten die niet naar Duitsland wilden voor de Arbeidseinsatz.

Jennie Kempink

Jennie Kempink woonde samen met haar ouders op het adres Markt 12 in Aalten. Op zolder verborgen zij onderduikers. Markt 12 was voor hen een doorgangsadres naar een definitieve onderduikplaats. Toen de Duitsers hier de Ortskommandantur vestigden in de woonkamer, veranderde dit niet.

Joop Levy

Vanaf september 1942 zat Joop Levy samen met zijn ouders ondergedoken bij de familie Ebbers in Lintelo. Joop had daar geen vrienden om mee te spelen. Hij mocht ook niet naar buiten, waardoor hij zich erg verveelde. Op zijn achtste verjaardag kreeg Joop een grote verrassing.

Massaexecutie Rademakersbroek

Op 2 maart 1945 rond 8 uur ‘s ochtends worden 46 mannen gefusilleerd op een akker aan het Rademakersbroek bij Varsseveld in de Achterhoek. De jongste is 18, de oudste 65 jaar.

Ome Jan

‘Ome Jan’ Wikkerink was in de Tweede Wereldoorlog een belangrijk verzetsleider in Aalten. In zijn huis aan de Patrimoniumstraat in Aalten werd in 1942, onder andere met ‘Tante Riek’ uit Winterswijk de LO opgericht: de Landelijke Organisatie voor Hulp aan Onderduikers.

Over de grens

Het buitengebied van onze grensstreek was uitermate geschikt om als schuilplaats te dienen voor opgejaagden. Een rijk geschakeerd landschap, met bossen en veel struikgewas, talrijke boerderijen met schuren en destijds minder toegankelijke toegangswegen,

Peter van Essen

Van Essen dook in 1943 onder om aan de Arbeitseinsatz of het concentratiekamp te ontkomen. Via Ome Jan Wikkerink kwam hij terecht op boerderij de Koekoek in Dale. In 2015 publiceerde hij zijn verhaal in boekvorm, getiteld ‘Above the Pigsty’.

Razzia op de kerken

Op zondag 30 januari 1944 hield de Duitse bezetter een razzia op de kerken van Aalten. Er werd jacht gemaakt op jonge mannen. 48 mannen werden na de dienst van de Chr. Gereformeerde Kerk en de Gereformeerde Westerkerk opgepakt en afgevoerd.

Roy Kay

In de nacht van 16 op 17 juni 1944 werd een Britse bommenwerper neergehaald boven de buurtschap Barlo bij Aalten. Zes van de zeven bemanningsleden kwamen om het leven. Roy Kay overleefde als enige deze crash.

Stille Metgezel

Ewald Heming en Elisabeth Schlattmann kennen elkaar al sinds 1933. Ze wonen in Stadtlohn, net over de grens in Duitsland en werken op hetzelfde kantoor. Hij is acht jaar ouder dan zij.In 1939 gaat hun vriendschap over in liefde. Hij is dan al opgeroepen voor het leger.

Tante Riek en Gradus Kobus

Een gesprek tussen Helena Theodora Kuipers-Rietberg (alias Tante Riek) en dominee Fredrik Slomp (alias Frits de Zwerver) in oktober 1942 wordt algemeen gezien als hèt moment, waarop de Landelijke Organisatie voor hulp aan onderduikers (LO) is ontstaan.

Wie is Nita echt?

Anita Waisvisz mag als 8-jarig Joods meisje in september 1942 leven in het gezin van weduwe Riek Heinen-Rots in Aalten. Ze doen net alsof ze het Surinaamse nichtje is die niet meer terug kan naar Suriname. Ze wordt echt familie met haar ‘broer’ Henk en ‘zusjes’ Dien en Annie.

Contact

Stel hier uw vraag en wij beantwoorden deze zo snel als mogelijk.

0