Vrijheidslezing Jan Slomp 5 mei 2022

Uitgesproken in de Koppelkerk Bredevoort

Jan Slomp heeft als kind de oorlog meegemaakt en is de zoon van dominee Fredrik Slomp, alias Frits de Zwerver. Deze verzette zich al in de jaren dertig in woord en daad tegen de ‘verderfelijke ideologie’ van het nazisme. Hij droeg dat actief uit om anderen daarvan te overtuigen met gevaar voor eigen leven, eerst in Duitsland daarna in Nederland waar hij moest vluchten en onderdook in de Achterhoek. Zoon Jan heeft dat allemaal bewust meegemaakt en het heeft ook zijn leven in belangrijke mate bepaald.

Jan Slomp (89) studeerde theologie en werd in 1962 predikant in het Groningse Zijldijk. In 1964 vertrok hij voor 13 jaar naar Pakistan om daar te werken als islamoloog in dienst van de kerken. In 1994 kreeg hij een eredoctoraat van de Protestants Theologische Universiteit. Slomp woont met zijn vrouw in Leusden-Zuid. Zijn verhaal is te zien in het Verzetsmuseum Junior Amsterdam en het Nationaal Onderduikmuseum Aalten.

Fredrik Slomp

De gereformeerde predikant Fredrik Slomp groeit onder de schuilnaam Frits de Zwerver samen met Heleen Kuipers-Rietberg (Tante Riek) uit tot initiator van het landelijk verzet en de Landelijke Organisatie voor Hulp aan Onderduikers (LO). Samen met de Landelijke Knokploegen (LKP) vormt de LO de kern van het verzet tegen de nazi’s in bezet Nederland.

In 2020 werd zijn bijbel geschonken voor de collectie van het Nationaal Onderduikmuseum. Vrede en vrijheid zijn kwetsbaar en niet vanzelfsprekend. Dat bewijst de brute agressie van Rusland met de inval in een soevereine staat en de gevolgen van de bloedige oorlog in Oekraïne.

Welke parallellen zijn er en hoe belangrijk is de rol van burgers nu? Hoe is het gesteld met de weerbaarheid voor de toekomst? Zijn de verhalen van de voorvechters van rechtvaardigheid en democratische waarden nog relevant voor vandaag? Hebben wij nieuwe morele ankers nodig?

Vrijheidslezing 5 mei

In de Vrijheidslezing die Jan Slomp op 5 mei 2022 in de Koppelkerk in Bredevoort verzorgde gaat hij – net als zijn vader ook dominee – in op deze levensvragen vanuit de ervaringen van de gebeurtenissen van de oorlog en de invloed daarvan op het gezin Slomp.

De opname en de tekst worden hieronder weergegeven.

Samenvatting:

Moreel kompas voor verzet en vrijheid

De rode lijn in mijn lezing wordt gevormd door een protest tegen de toenemende, publieke bagatellisering van de omvang en de betekenis van het verzet in Nederland tijdens WO2 . Dit luidt uiteraard ook tot een vervlakking van de beleving van de herwonnen vrijheden waarvoor verzetsmensen hun leven inzetten en in vele gevallen offerden. Wie het verzet kleineert beseft niet wat de vrijheid heeft gekost. Door de oorlog in de Oekraïne beginnen mensen te begrijpen hoe ontwrichtend dit werkt op de hele samenleving. Oudere inwoners in Aalten zullen zich herinneren hoe op 8 feb 1945 bommen vielen op huizen in de Prinsenstraat (De Panne, 1-2020, blz.10).

Wie per trein in Aalten arriveert ziet voor het station meteen het oorlogsmonument. Het betreft niet een herinnering aan de gevallenen. De tekst erop zegt dat het om dankbetuiging gaat aan de hele bevolking namens de talloze onderduikers die in Aalten een schuilplaats vonden. Helemaal verdiend. Aalten had de grootste concentratie onderduikers van het hele land. Daarom staat hier ook het Nationaal Onderduikmuseum. Een glas-in-loodraam in de Oosterkerk verbeeldt bovendien wat er verder hier in Aalten tijdens de oorlog plaats vond. Niet alleen in Aalten zijn zulke ramen ook bij voorbeeld in Den Haag en in de Sint Jan’s kerk in Gouda. Ze symboliseren ook dat juist in veel kerken door het voorlezen van Het Grote Gebod veel verzetsmensen een moreel kompas aangereikt kregen. Een kompas om de juiste keuzes te maken.

Nederland was toen christelijker en kerkelijker dan nu. Dit grote gebod hield voor velen meer in dan twee dan wel tien regels die je maar hebt te volgen om een goed mens te worden. Toen het op handelen aankwam bleek dat het Grote Gebod in hun harten was geschreven. Soms zonder dat ze het zelf doorhadden of onder woorden konden brengen. De eigen formuleringen zijn vaak heel bescheiden, zo bleek mij na lezing van tientallen levensverhalen van overleden of overlevende verzetsmensen.

Niet alleen de harten van christelijke verzetsmensen droegen het keurmerk van een moreel kompas., ook de harten van vele anderen. Dat bedenk ik niet. Dat heeft de apostel Paulus al gedaan. Dat wordt nog eens benadrukt in het voorwoord van het gedenkboek van de LO-LKP Het Grote Gebod.

Bij het Herinneringcentrum Kamp Amersfoort staan twee monumenten, Het oudste en bekendste is de stenen man, een gevangene voor het vuurpeloton op de plek waar honderden mensen werden gefusilleerd. Sedert 2013 is er net zo’n monument als op het stationsplein in Aalten ter ere van de duizenden naamlozen die in totaal 340 000 onderduikers een schuilplaats hebben gegeven in hun eigen huis. Het staat in het bos achter de sleuf die naar de stenen man leidt. Het getal 340.000 werd tijdens de onthulling genoemd door de heer Leopold directeur van het Anne Frank Huis in Amsterdam. Hij beriep zich weer op het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie, het NIOD in Amsterdam. Medewerkers hadden het uitgezocht.

Hardenberg: Verlies, Verdriet. Verzet en Vrijheid

In mijn geboorteplaats Hardenberg staat sedert 22 april 2010 een oorlogsmonument, met vier beelden: twee mannen en twee vrouwen. In hun naakte kwetsbaarheid symboliseren zij Verlies, Verdriet, Verzet en Vrijheid. Ik gebruik die vier woorden beginnend met een V als kapstokken voor het middendeel van mijn lezing. Het een volgt uit het ander. Je zou nog aan een vijfde V kunnen denken die van verraad. Verraad wordt op sommige monumenten verbeeld door een slang die wordt vertrapt. Gerrit Wiechert Kleisen nam het woord op in de titel van zijn boek over zijn gelijknamige vader. Het boek speelt in Aalten en omgeving. Die titel luidt ‘Verzet, Verraad, Vrijheid’ (2019).

Ik begin met bij de V van verlies

We verloren onze vrijheid en dientengevolge mensen die daar tegen protesteerden bijvoorbeeld met illegale bladen. Zo’n dertien honderd in totaal met een totale oplage van een half miljoen (Lydia Winkel). Ze zijn allemaal keurig beschreven in een boek. Het eerste illegale blaadje verscheen al meteen in mei 1940. We kennen natuurlijk allemaal de grote illegale bladen zoals Vrij Nederland, Trouw, Het Parool en De Waarheid die tijdens de oorlog zijn ontstaan. Maar veel medewerkers aan die bladen moesten het met de dood bekopen. Verlies door het afschaffen van de democratie.

Alle partijen werden verboden op de NSB na. Verlies van vrijheid van meningsuiting. Predikanten en priesters die in de kerk kritiek uitten op Jodenvervolging of die baden voor de wettige regering en de koningin in Londen belandden niet zelden in de gevangenis of in een concentratiekamp. Predikanten waren de zwaarst getroffen beroepsgroep tijdens de bezetting (Ridderbos). We verloren kortom onze geestelijke vrijheden.De vrijheid om de waarheid te spreken tegen de leugens van de nazi’s, ging verloren door de straffen die erop stonden.

Maar de schrijvers en drukkers gingen toch door. Ze bemoedigden het verzet en gaven hoop aan de bevolking. Bruins Slot, de hoofdredacteur van het illegale Trouw zei dat het simpele gewone verzet geboren wordt uit geloof en karaktervastheid (Verkijk 29). Het waren vaak krachtige persoonlijkheden die het waagden zich te verzetten. Toen vakbonden een NSB-leiding kregen bedankten de leden massaal. Al die verloren vrijheden hebben we weer teruggekregen. Dat vieren we vandaag. Bevrijdingsdag.

De tweede V is die van Verdriet

De Joden in Nederland waren de grootste verliezers. Hun deportatie sloeg een gat in de samenleving. Toen bleek dat door de NSB en WA uitgelokte rellen eindigden in de arrestatie van enkele honderden Joodse mannen naar een Duits kamp waar ze de dood vonden ontstond de Februaristaking. Verdriet en opgekropte woede kwamen naar buiten.

In mijn geboortedorp Heemse in de gemeente Hardenberg was het Joods werkkamp De Molengoot. Elk jaar op 3 oktober worden ze herdacht, die jongemannen die daar nutteloze graafwerkzaamheden moesten doen. Er waren dertien van zulke kampen, vooral in het oosten van Nederland. Zo werd de Joodse gemeenschap beroofd van potentiële jonge mensen die zich zouden kunnen verzetten. De bezetter wilde geen herhaling van de staking. Deze jonge mensen moesten zwaar werk verrichten, daarvoor kregen ze te weinig te eten. De meesten van hen kwamen uit de stad en hadden nog nooit een schop in de handen gehad.

Een van hen was Flip Slier. Heel trouw schreef hij brieven aan zijn ouders in Amsterdam van april tot oktober 1942, in totaal 86 brieven. Maar binnen een jaar werden deze kampen opgedoekt. De bewoners werden via Westerbork naar Duitsland vervoerd om nooit terug te keren. Ook Flip. Hij probeerde nog te vluchten maar werd toch gepakt en via Vught en Westerbork kwam hij in Sobibor terecht, om daar te sterven met 170.000 andere Joodse gevangenen. Ook zijn ouders kwamen om. Maar zijn 86 brieven werden ontdekt toen zijn ouderlijk huis in de Vrolikstraat in Amsterdam werd gesloopt. Voorman Manus de Groot die ze in 1997 onder het plafond van een badkamer vond bracht de brieven naar het NIOD. Hij vermoedde dat hij een belangrijke ontdekking had gedaan. Dat klopte.

In die brieven schrijft Flip aan zijn vader en moeder: Tot ziens in vrij Mokem, Dat werd ook de titel van het boek dat men van deze brieven maakte: Tot ziens in vrij Mokem. Maar Flip zou zelf niet het rood wit en blauw zien wapperen aan de toren van de Westerkerk in zijn buurt of het Wilhelmus horen spelen op het carillon. Een nicht van Flip Deborah verzorgde een prachtige Engelse uitgave van de brieven met de titel: Hidden Letters. Haar familie was lang voor de oorlog al geëmigreerd. Deborah Shine-Slier hoopte natuurlijk dat de Hidden Letters, de verborgen brieven net zo’n hit zouden worden als het dagboek van Anne Frank. Maar dat gebeurde niet. Misschien wordt de Nederlandse editie nog eens herdrukt. Joden leerden de verliezen te verwerken, maar het verdriet is nooit verdwenen.

De derde V is die van Verzet

De eerste landelijke verzetsorganisatie was die van de Geuzen. Ze haalden voor hun morele kompas hun inspiratie uit de 80-jarige oorlog tegen Spanje (1568-1648). Vandaar hun naam. Dat deed mijn onderwijzer in de vierde klas van de lagere school ook. Met veel vuur vertelde hij hoe de Hollanders de overwinning behaalden op Spaanse bezetters, vertegenwoordigers van het wereldrijk waarin de zon niet onderging. Natuurlijk begrepen we heel goed dat wij bij het woord Spanjaarden toen aan Duitsers moesten denken en Hitler’s derde rijk. De Geuzen begonnen al in 1940. Ze groeiden aan tot totaal vierhonderd personen. Maar hun organisatie werd opgerold omdat men met lijsten medewerkers werkte.

De Gestapo vond zo’n lijst en arresteerde bijna alle leden. (Toni Bouman, Je mag wel bang zijn, maar niet laf (2021), heeft dit drama beschreven, blz 137-138 en ook Diete Oudesluijs. Plekken van verzet en pijn. Herinneringen aan de oorlog Amersfoort, 2011). De leiders van de Geuzen dachten dat ze hooguit enkele maanden gevangen zouden worden gezet. Maar door een nazi rechtbank werden vijftien van hen op 4 maart 1941 ter dood veroordeeld. Samen met drie leiders van de Februaristaking werden ze vermoord op de Waalsdorpervlakte even buiten het Oranjehotel in Scheveningen. In de vrachtauto waarin ze werden vervoerd zongen ze Psalm 43, vers 4 ”Dan ga ik op naar Gods altaren, tot God mijn God, de bron van vreugd”. Jan Campert zou er zijn beroemd geworden gedicht over schrijven: De achttien doden.

Een cel is maar twee meter lang
En nauw twee meter breed
Wel kleiner nog is het stuk grond
Dat ik nu nog niet weet,
Maar waar ik naamloos rusten zal
Mijn makkers bovendien
Wij waren achttien in getal
Geen zal de avond zien

De Geuzen werden voorbeeld en leermodel. Daar hebben latere organisaties van geleerd, dat niemand op genade of op lichte straffen moest rekenen Maar ook dat je heel praktisch adressen en telefoonnummers uit je hoofd moest leren. Maar dat ging nog wel eens mis. De koerier die tante Riek, Heleen Kuipers-Rietberg uit Winterswijk en haar man Piet Kuipers nieuwe persoonsbewijzen zou brengen werd gepakt en bleek hun adres op zak te hebben. Tante Riek stierf in het vrouwenkamp Ravensbrück. Een groot verlies voor de LO. Zij had in de herfst van 1942 het initiatief genomen voor de oprichting van de Landelijke Organisatie voor Hulp aan Onderduikers, de LO.

De LO zou de grootste verzetsorganisatie in Nederland worden. Bij de onthulling van het monument ter ere van haar in Winterswijk noemde koningin Wilhelmina Mw. Kuipers “de moeder van de onderduikers”. Uniek was de LO ook in heel Europa zeggen de historici Pim Griffoen en Ron Zeller in hun boek over de Jodenvervolging in Nederland, Frankrijk en België 1940-1945 (2011, 1045 blz.). Nergens in door de nazi’s bezet Europa waren zoveel onderduikers: Tussen de 340000 en 350.000. Nergens was ook zo weinig gewapend verzet. Dat kon niet in ons vlakke land. Bovendien elke gedode Duitse soldaat werd tienvoudig gewroken. Of nog vaker.

Denk aan Putten! Om voor meer dan 340.000 personen schuilplaatsen te vinden kwamen minstens twee miljoen mensen, van de 8 miljoen inwoners toen, in actie. Onderzoeksjournalist Dick Verkijk heeft dit al in 2001 zorgvuldig met gedetailleerde cijfers onderbouwd. Hij bespreekt alle vormen van verzet. Hij deed dat omdat in 2001 Chris van der Heijden zijn geruchtmakende boek Grijs Verleden schreef. Daarin bleef van het verzet niet veel over. Volgens van der Heijden was één procent van de bevolking echt verzetsdeelnemer. Aan het andere uiterste was 1% fout. De rest was grijs en paste zich aan, aldus deze zogenaamde historicus. Hij had het denigrerend over verzet en verzetjes.

We komen in zijn boek geen beschrijving van verzetsmensen tegen, maar wel van de Oostenrijkse zetbaas van Hitler in Nederland: Arthur Seyss-Inquart. Die wordt geportretteerd als gelovig, intelligent en kunstzinnig. Onderduiken komt niet ter sprake in zijn boek Grijs Verleden. Want dat was volgens hem geen echt verzet. Echt verzet was immers gewapend verzet. De gewapende verzetsmensen richtten hun wapens niet op de bezetter maar gebruikten die voor meestal geweldloze overvallen op distributiekantoren en gevangenissen en sabotage van spoorlijnen, Aan het eind van de oorlog werden op bevel van onze regering in Londen de knokploegen onderdeel van de BS, de Binnenlandse Strijdkrachten. Maar vaak tegen hun zin, zo las ik in de biografie van premier Gerbrandy.

Verkijk had een boek van 144 bladzijden nodig om mythen en leugens van Chris van der Heijden te weerleggen. De titel luidt heel laconiek: Die slappe Nederlanders – of viel het toch wel mee in 1940-1945? Toch werd Van der Heijdens boek meermalen herdrukt en bleef zijn bagatellisering en kleinering van het Nederlandse verzet telkens weer de kop opsteken. Ik noem hiervan nog twee voorbeelden.

Tijdens de herdenking van de Reichskristallnacht op zondag 8 november in een synagoge in Amsterdam erkende de scriba (secretaris) van de PKN dat de kerkleiders tijdens de oorlog tekort waren geschoten tegenover de Joodse gemeenschap in Nederland. Het voornemen om deze uitspraken te doen wilde de kerkleiding aanvankelijk geheimhouden. Maar dat was niet gelukt. Daarom stonden op zaterdag 7 november al kritische interviews over deze erkenning vanuit de kringen van nazaten van kerkleden die verzetsdeelnemers waren geweest. Deze mensen voelden zich beledigd.

De verklaring sprak wel met waardering over moedige individuele christenen in het verzet. De critici verklaarden dat de verklaring een smet wierp op de reputatie van de kerken toen en nu. Met feiten over de Jodenvervolging ontleend aan genoemd boek van Griffioen werd aangetoond dat het Interkerkelijk Overleg waarin alle kerken op landelijk niveau hun verzet hadden gebundeld juist heel moedig was geweest. Verkijk, van huis uit niet kerkelijk en bovendien overtuigd socialist, protesteerde ook maar zijn protest haalde de krant niet.

De secretaris van het Interkerkelijk Overleg en respectievelijk drie voorzitters werden gevangengenomen na kritische brieven aan Seyss-Inquart en kanselboodschappen, voorgelezen door in totaal 10.000 predikanten en priesters. Voorzitter Mr Jan Donner zat dientengevolge als gijzelaar in het Oranjehotel. Zijn foto hangt daar aan de muur met het bijschrift: Kerkelijk verzet. De scriba van de PKN bleef echter bij zijn geringschatting van het kerkelijk verzet. In een verklarende brief, onder meer aan mij geadresseerd, schreef hij dat uiteindelijk slechts 5% van de Nederlanders actief had deelgenomen aan het verzet. Een studiecommissie is momenteel bezig om over dit conflict een rapport te schrijven dat in het najaar klaar moet zijn.

Het recentste geval van bagatellisering van het verzet in Nederland deed zich voor op woensdag 13 april 2022 tijdens de tiende van tien uitzendingen van de tv serie Het verhaal van Nederland. Op 27 april stond op de opiniepagina van Trouw een bijdrage van Paul van Tongeren met als titel: ”Verhaal van Nederland” miskent verzet. Enkele dagen daarna vroeg Paul van Tongeren mij om een verzoek om correctie gericht aan de programmamakers mede te tekenen.

Paul van Tongeren schreef een boek over zijn tante Jacoba van Tongeren, die onder de dekmantel van de hervormde diaconie van de Nieuwe Kerk in Amsterdam 4500 onderduikers had verzorgd. Omdat alle medewerkers elkaar slechts via een gecodeerde naam kenden is er nooit iemand gepakt, De Gestapo vond de code maar kon die niet kraken. Ook in Berlijn op het hoofdkwartier van de Gestapo lukte dat niet. Maar iemand afkomstig uit het linkse verzet en strijder tegen oude en nieuwe vormen van fascisme had mij al eerder gevraagd ook een protestbrief te ondertekenen. Dat heb ik graag gedaan.

Ik citeer het slot van het ingezonden artikel van Paul van Tongeren: ”De betekenis van het verzet in zijn vele vormen wordt zo gebagatelliseerd. Dat is een klap in het gezicht van de tienduizenden verzetsstrijders die hun leven waagden voor de vrijheid”. U weet wel: de vierde V die van vrijheid, na verlies, verdriet en verzet. Dat was het vergezicht en visioen van velen tijdens de oorlog.

Dit citaat van Paul van Tongeren heb ik in mijn tekst onderstreept en vet afgedrukt. Strijd tegen verkeerde voorlichting om de waarheid telkens weer te onthullen. Blijft de opdracht van alle gespecialiseerde instellingen die zich met herdenken en geestelijke vrijheden bezighouden. Een daarvan is het Nationaal Onderduikmuseum in Aalten. In één zin nogmaals samengevat: Wie het verzet kleineert beseft niet wat onze bevrijding en herwonnen vrijheden heeft gekost aan inzet van sterke persoonlijkheden. Mannen en vrouwen, die koersten op hun morele kompas.

Ik dank u dat ik dit verhaal vanavond mocht vertellen. Ik dank u voor uw aandacht.

Jan Slomp, Leusden