Museum zoekt informatie over ‘het vergeten bataljon’

Het Nationaal Onderduikmuseum doet een oproep om informatie te verzamelen over het Dutch National Batallion. Dit bataljon van Achterhoekers heeft in 1945 de Canadese infanterie ondersteund bij de bevrijding van de rest van Nederland. Het museum wil dit ‘vergeten bataljon’ in de aandacht zetten en wijdt in 2025 een expositie aan de betekenis van dit burgerleger. Persoonlijke verhalen van deze ‘patriots’ die actief meewerkten aan de bevrijding, worden dan uitgelicht. Hiertoe is volop informatie nodig.

Als de Canadezen eind maart 1945 de Achterhoek binnenvallen, constateert verbindingsofficier Peijnenburg dat hier een goed georganiseerde groep Binnenlandse Strijdkrachten bestaat, die vanaf september 1944 actief was bij wapendroppings, het onderbrengen van onderduikers en piloten en het plegen van sabotage. Het gaat om mannen uit de hele grensregio van Gendringen tot Eibergen. Samen met regionaal commandant Bob Krul formeert Peijnenburg dit actief strijdend deel tot een bataljon infanterie, dat de Canadese infanterie kan ondersteunen bij de bevrijding van de rest van Nederland.

Op 15 april 1945 vertrekt dit legeronderdeel met circa 440 leden in drie compagnieën vanuit Aalten, centrum van verzet. Het burgerleger vecht actief mee en zorgt voor de flankdekking in de frontlinie van het Canadese leger.

Idealisten

Het bataljon bestaat uit onderduikers: verzetsmensen, joden, studenten uit heel Nederland en boerenzoons. Met elkaar hebben ze in de oorlog veel gevaren doorstaan en zo is een hechte kameraadschap ontstaan. Het zijn idealisten die het als hun ereplicht beschouwen zich bij het Canadese bevrijdingsleger aan te sluiten en in de frontlinie actief mee te vechten.

Het bataljon helpt bij de zuivering van gebieden langs de IJssel, Deventer, Apeldoorn, de Veluwe tot aan Amersfoort. In Apeldoorn krijgt het bataljon van de Canadezen zijn naam: Dutch National Batallion DNB.

Vuurgevechten vinden plaats en handgranaten gaan over en weer. DNB arresteert honderden SS’ers en Duitsers. Twee Aaltenaren komen om.

Canadese rapporten

Canadese rapporten getuigen vol lof over de stugge gevechtskracht van de jonge ‘patriots’ die zonder aarzeling de vijand tegemoet treden. Na de bevrijding controleert DNB de zogenoemde checklinie, die loopt van het IJsselmeer tot de Waal in de Betuwe. Op 12 juli 1945 verkiest een deel van het bataljon naar huis terug te keren (het leger telt ook getrouwde mannen!), terwijl anderen dan tekenen als soldaat in het Nederlandse leger, regiment Infanterie. Er zijn mannen die bij het mijnen opruimen blind worden (Dick Fries) of door fosfor hun gezicht verminken (Albert Wisselink). Er is een groep die zich vervolgens als oorlogsvrijwilliger meldt om in geallieerd verband te strijden tegen Japan en Nederlands-Indië te bevrijden. Kortom: er bestaan veel gevarieerde verhalen.

Oproep

Nationaal Onderduikmuseum bereidt een expositie voor in 2025 over de betekenis en route van dit burgerleger, dat ook wel het ‘vergeten bataljon’ wordt genoemd. Met het uitlichten van persoonlijke ervaringen van de individuele leden van DNB wordt de geschiedenis uit de vergetelheid gehaald. Waar kwamen ze vandaan, wat maakten ze mee in de oorlog en hoe verging het hen daarna?

Het museum vindt het belangrijk dat ook dit verhaal (meer) bekendheid krijgt in de landelijke en internationale geschiedenis. Het vult ons beeld van de geschiedenis aan hoe de burgerbevolking het initiatief nam actief aan de bevrijding mee te werken. Lezers worden opgeroepen informatie over individuele DNB-leden met het Nationaal Onderduikmuseum te delen, zodat de geschiedenis verder ingekleurd kan worden. Vooral het verhaal van vader, oom of grootvader met een portretfoto wordt gewaardeerd. In de afgelopen vijf jaren heeft het museum al vier persoonlijke exposities georganiseerd waaraan velen meewerkten en die veel waardering kregen, zoals: Onderduiken in de grensregio, De razzia op de kerken Aalten, De vrouw als spil van het verzet en Geef de namen een gezicht-Rademakersbroek (lopende expositie).

Contact kan opgenomen worden met het secretariaat van het museum: Anna Maria Dekkers, telefoon 0543 471797 of via het mailadres info@onderduikmuseum.nl.