Onderduikplek Martin Lelivelt en het Lichtenvoordse verzet

De nagebouwde onderduikplek uit het huis van Martin Lelivelt waar tijdens de Tweede Wereldoorlog piloten verstopt zaten, vormt samen met verhalen over het verzet van Lichtenvoorde een belangrijk aandeel bij deze bijzondere expositie. Dat lokale verzet werkt goed samen met organisaties van de Achterhoek, Twente en Limburg. Neergeschoten en uit krijgsgevangenkampen ontsnapte geallieerde piloten en soldaten worden snel naar Engeland teruggeleid. Lichtenvoorde wordt ook wel ‘Klein Engeland’ genoemd met naast Britten ook Amerikanen, Fransen, Belgen en wat Russen.

De kern van het verzet bestaat uit een kleine en hechte groep mensen, die elkaar door en door vertrouwt met naast wachtmeester Joop ter Haar, Hendrik Leemreize, Gert Reinders, Jan Foury, de gebroeders Willem en Antoon Kettering, Martin Lelivelt, Johanna Lelivelt, Bernard en Dora Knufing-Eekelder, Mina Wekking, Francis Doppen, Antoon Wouters, Herman Olieslager, Hein Meijer en Bernhard ter Haar. In de expositie is naast de onderduikplek waar men in kan, meer informatie over de verzetsmensen te vinden maar ook over de helpers zoals de familie Hoftijzer en Geurink waar onder meer Joodse onderduikers zaten. Duidelijk is ook dat het netwerk voor hulp aan onderduikers belangrijk was. Men vertrouwde op elkaar en wist elkaar te vinden.

Foto: Bert Nijman
Toespraak Joop Levy (foto: Bert Nijman)

De Landelijke Hulp aan Onderduikers (LO)

De LO is geboren in de Achterhoek. Verzetsleider van de Achterhoek Jan Wikkerink (alias Ome Jan) schreef na de oorlog “de Achterhoeker toont een taaie vasthoudendheid zodra voor hem de maat vol is”. De helpers beschouwden het als hun christenplicht de ander onderdak te bieden en zo verzet te bieden tegen de nazi’s. Het is niet voor niets dat de LO, de Landelijke Hulp aan Onderduikers, is geboren door de samenballing van moedige mensen uit de Achterhoek zoals Heleen Kuipers-Rietberg (Tante Riek) uit Winterswijk die nauw contact onderhield met ome Jan. Het netwerk vertakte zich snel tot een brede en efficiënte landelijke hulporganisatie, mede door de bezielde en wervende preken van dominee Fredrik Slomp. Uit veel van de verzamelde verhalen blijkt dat de onderduikers zich veilig voelden bij hun gastgezin. Zij merkten dat Duitse soldaten aan de deur overtuigend werden afgetroefd. Maar vooral dat men uitermate goed zijn mond kon houden. Vaak ook tegenover familie en buren.

Ook de kinderen werd de kunst van het horen, zien en zwijgen’ terdege bijgebracht. Velen hebben de oorlog echter niet overleefd, zoals tante Riek, Gradus Kobus, dokter Der Weduwen, Cornelis Ruizendaal alias zwarte Kees, de 46 mannen die geëxecuteerd werden in het Rademakersbroek bij Varsseveld. De piloten en zij die omkwamen bij bombardementen, opgepakt zijn en vermoord in de kampen, de onbeschrijflijke moord op de Joodse burgers. Velen zijn ook gered door onder te duiken of door mazzel en toeval. Deze verhalen zijn met voorwerpen uit de tijd zelf te zien in de expositie. Op het laatste moment zijn daaraan nog de onderscheidingen van geredde piloot Roy Kay toegevoegd, die aan het museum zijn geschonken door zijn weduwe.

De expositie ‘Onderduiken in de grensstreek’ is nog te bezichtigen t/m 28 augustus in Onderduikmuseum Markt 12, Aalten.

Contact

Stel hier uw vraag en wij beantwoorden deze zo snel als mogelijk.